De dodenmars van het ijzige jaargetijde


Peter-Vincent Schuld

Nooit te voren heeft uw verslaggever zoveel mensen weten weg te vallen uit zijn kring van bekenden, naasten en zeer naasten en dat in zo’n korte periode. Van nabij sloeg hij een verlies gade, leefde mee, rouwde mee. Hierbij een exact en waar gebeurd verhaal.
Omwille van de privacy van betrokkenen kiezen we er voor om namen en plaatsen niet te vermelden.

De dodenmars van het jaargetijde trekt door straten en families. De gekozen zwakkeren trekkend uit het leven en uit middens van hen die ze lief hebben. Ruw, snel, zonder nuance en zonder aanzien des persoons.

De koude eist zijn tol, Koning winter heeft ons in een mortale greep genomen. De dood heeft meedogenloos toegeslagen en werd zo kil als de dood zelve, vertaald door statistieken van sterftecijfers in de media. Een griepgolf en longontstekingen, chronische ziektes; ze gingen de coalitie aan met de ijzige kou en de barre winter. Gelijk in een stadsguerrilla werden deuren en huizen zonder omzichtigheid betreden en mensen van hun leven beroofd. Soms in hun slaap soms in een fase waarin de ongenode grauwe dood toch als een verlosser kwam en hoe paradoxaal ook, het lijden van het verzwakte slachtoffer barmhartig beëindigde.

Een willekeurig verzorgingstehuis in het zuiden van Nederland. De betrokken afdeling is gesloten. Het influenzavirus heeft toegeslagen zo een aanplakbiljet op de deur vermeldt. Het aantal overledenen is onbekend. De mens kan zijn handen wassen in onschuld zolang de handen maar gewassen zijn met desinfecterend middel dat de verspreiding van het virus moet voorkomen dan wel beteugelen.

Aanplakbiljet
Aanplakbiljet kondigt de aanwezigheid aan van het griepvirus een een afdeling van een verzorgingstehuis.
(c) Peter-Vincent Schuld

In België, niet ver van de Nederlandse grens, kucht een dame. Een dame met voorkomen. Een Nederlandse dame die woonachtig is in dit Belgische grensgebied. Ze zit op haar kamer, verheugd als de deur van haar eenpersoons kamer openslaat en bezoek entree maakt.

De dame heeft het benauwd maar vindt haar ziekenhuis-suite allerminst aangenaam. Ze verveelt zich stierlijk. De dame wil buiten een sigaretje gaan roken. Door het rauwe rookverbod dat in de ziekenhuizen geldt en dus ook geen verwarmde rookruimte meer kennen wordt ze gedwongen om met de hulp van de familie met de rolstoel naar beneden te gaan om in de gure winterkou haar sigaretje te roken. Hier stelt zich echt de vraag of je patiënten, ongeacht of ze rokers zijn, wel moet dwingen om tijdens de barre wintermaanden buiten een sigaretje te roken. Roken mag dan wel schadelijk zijn maar de regelneverij kent vaak geen billijke nuances.

Daar zit ze, de dame, verwarmd door een warme badjas te genieten van haar peukje, ze is amper een maand 81 geworden.
Ze heeft het koud, en ja, het weer is druilerig en koud. Ze vertelt over haar kortademigheid, haar COPD-aandoening, dat ze de ambulance had gebeld omdat ze geen adem meer kreeg en met de ziekenauto naar het ziekenhuis was overgebracht. Echt goed voelt ze zich niet, ze kan fysiek niet uit de voeten. In het ziekenhuis blijft ze het maar niks vinden.

Haar eigen waardigheid botst regelmatig met de wil tot zorgen van de verpleegsters. Ooit, lang terug had de dame zelf de verpleegstersopleiding gedaan zo ze uw verslaggever toevertrouwde. Ze had een rijk leven achter de rug. Hard gewerkt en vier kinderen in haar eentje groot gebracht. Zo vrijgevochten zoals ze was, de vrije jaren zestig door haar een decennium naar voren getrokken in de burgerlijke jaren vijftig van de vorige eeuw.

Na bijna twee weken in het ziekenhuis te hebben gelegen wordt ze ontslagen en keert de dame terug naar haar eigen huisje in de Noord-Vlaamse stad. Echt voor zichzelf zorgen kan ze nog niet. Haar oudste kind, een dochter neemt het initiatief en neemt de zorg voor haar moeder op zich. De temperatuur zakt buiten gestaag. Ruiten krabben, dikkere truien en jassen. De verwarming moet het behaaglijker maken in huiselijk warm ingericht huisje waar de dame woont. Ze tobt en hobbelt heen en weer tussen de tafel en haar bankstel waarop ze zich vaak even neerlegt. Waar ze zich vaker gaat neerleggen. Want met het zakken van de temperatuur buiten neemt ook haar levenskracht af. Elke dag een stukje minder, elke dag wordt het leven een stukje moeilijker.

Intussen verschijnen bij uw verslaggever op Facebook de eerste berichten uit kringen van bekenden dat hun familieleden hun zijn ontvallen. Meegenomen in het kielzog van de laatste weken van de winter. Terwijl haar familie beseft dat leven sneller uit hun moeder en oma zal vertrekken dan ze hadden gehoopt en uw verslaggever getuige is van de worstelingen met het laatste grote vraagstuk van het leven ontvangt uw verslaggever telefoon van de voormalige Nederlandse premier en staatsman Ruud Lubbers na een ziekbed is komen te overlijden. De koude dood laat ook de groten van naam niet ongemoeid.

Ook de dame beseft zelf dat haar krachten zienderogen afnemen. De zorg voor de dame die in de winterdagen van haar leven lijkt te zijn aangekomen vraagt om intensivering. De oudste dochter blijft dag en nacht bij de dame. Het leven gaat haar moeilijker en moeilijker af en het met het zicht op en ter voorkoming van nodeloos en uitzichtloos lijden vindt er een zwaar beladen gesprek plaats met de huisarts. De dame, zeer goed bij kennis en verstand geeft onomwonden en zonder dralen haar uitgesproken wil aan.

Terwijl uw verslaggever meer en meer berichten bereiken dat anderen eveneens het nakende voorjaar en de lente niet meer zullen meemaken en overlijdenstijdingen structureel worden ziet hij ook uit deze dame het licht langzaam doven. Toch spreekt ze nog met verve over het Rotterdamse nachtleven in de jaren 50, live muziek dat er werd gespeeld en over de mannen in haar leven.

De dame vraagt voortdurend om een glaasje water, de gerookte sigaretjes nemen in rap tempo af. Haar zoon en schoondochter bellen aanhoudend of ze nog iets kunnen doen, iets kunnen meenemen. Langzaam verandert het huisje van de dame in een
pleisterplaats voor naasten. Dan breekt de vrijdag aan. De vrijdag van 16 februari…… het is duidelijk dat de dame, mama en oma zeer weldra zal volgen in de dodenmars van Koning Winter. De dame heeft zichzelf te ruste gelegd op haar bed. Beneden vergaren zich kinderen, kleinkinderen en aangetrouwden. De huisarts arriveert…. kort nadien, iets voor vieren in de namiddag wordt een pomp geplaatst die haar dormicum en morfine zal toedienen waarop de dame rustig kan gaan slapen om niet meer in lijden wakker te hoeven worden. De tijd tikt, de bijeengekomen familie waakt, laatste lieve woorden worden aan de mama en oma bij leven meegegeven. Ze lijkt ze te begrijpen. Een simpel handgebaar van de dame spreekt boekdelen. Een kus, een streling, een traan.

Het besef is tot iedereen stevig doorgedrongen, weldra zal mama en oma er niet meer zijn. Zal ze niet meer op mogelijke en onmogelijke momenten bellen zoals kinderen en kleinkinderen vertellen. Zullen ze niet meer bij haar langs kunnen komen.
14 jaar geleden verloor de dame een van haar zoons en de kinderen hun broer. Zijn zoons die door hun oma liefdevol opgevangen werden na het overlijden van hun vader, zijn zichtbaar aangeslagen. Andere kleinkinderen hebben het op zijn minst even zwaar.

Alleen de komende uren zullen zij oma nog levend bij zich hebben, opnieuw naakt er een zwaar verlies. De oudste dochter zorgt en zorgt, maar loopt op haar tenen van vermoeidheid en weinig slaap. In de nacht voorafgaande aan deze dag zijn zij en haar zus bijeen gebleven, beseffende dat zij de wakende opmaat vormden die de laatste adem van hun moeder zou moeten begeleiden. De avond valt in. Uw verslaggever staat even buiten en kijkt naar het dakraam waaronder de dame haar laatste uren slijt. De rook van de verwarming verlaat de schoorsteen en het lijkt wel of de ziel samen met de rook in het grote open universum van hemellichamen opgaat. De nacht treedt in. Het leven treedt uit.

02.19 uur in het bijzijn van haar twee dochters slaat de dame haar laatste adem uit. Het leven heeft het lichaam verlaten. Een lichaam dat daarna liefdevol door de dochters verzorgd wordt zodat ze de reis kan aanvangen naar het grote onbekende iets of niets. Enkele uren later wordt het lichaam van de dame op een brancard gelegd om overgebracht te worden naar het uitvaartcentrum, een tussenstop op weg naar… ja waar naar toe?

Weer heeft de winter haar tol geheven……..en de winter bleef deze heffen……….
maar nog geen dag later bereikte uw verslaggever weer een bericht van overlijden, en nog een bericht, en nog een bericht, en nog een bericht, en maar weer een bericht en raakte Nederland Mies Bouwman kwijt. En terwijl de media bleven berichten over het heengaan van Mies, bleven de berichten van overlijden van naasten van vrienden en bekenden binnenrollen. De dame en al die anderen sloten aan bij de lange dodenmars van het ijzige jaargetijde.
Op het ritme van de Marche Funebre van Chopin verlaten ze ons. Kent u dat gezegde? “Iemand is pas echt overleden als hij vergeten is”.

Achter de kille statistieken van de aanhoudende sterftegolf gaan veel tranen schuil. Tranen die vielen. Tranen die wellicht bevroren tijdens de ijskoude dagen achter ons.

Tranen die gelaten worden, als druppels, die qua hoeveelheid versus oppervlakte wellicht de grond minimaal hydrateren maar met zoveel intensiteit uit de ogen komen rollen. De grond waarop de dodenmars gelopen wordt.

De redactie van Facts Found wenst in deze haar medeleven en dank uit te spreken aan de familie van de dame die we in dit verhaal beschreven en wenst hun heel veel sterkte toe bij het verwerken van dit verlies. De redactie betuigt via dit onderschrift haar oprechte en diepste medeleven met hen die in de periode hun naasten verloren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here