E10 Tanken aan de pomp: Boeren leveren de grondstoffen en over de enige manier waarop alcohol en verkeer wel samen gaan

0
508
Bio-ethanol productiebedrijf Iogen in Ottawa, Canada Foto: © Peter-Vincent Schuld

door Peter-Vincent Schuld

We zagen in Nederland een enorme demonstratie van mensen uit de agrarische sector die het beu zijn om onder meer en voortdurend als “milieuvervuilers” neergezet te worden. Maar zijn de boeren anno nu wel zulke milieuvervuilers? Vaak zien we dat beeldvorming door de politiek en maatschappelijke drukkingsgroepen een nogal zeer eenzijdig beeld geven. 

We pakken er zomaar eens een voorbeeld uit dat nu actueel is.

E10 Tanken aan de pomp, zoals hier het BP tankstation in Dongen, Nederland
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Met ingang van 1 oktober bestaat uw standaard “benzine” E10 uit 10% bio-ethanol, dus in feite alcohol.

Deze bio-ethanol wordt voor 100%  wordt uit grondstoffen gemaakt die geproduceerd en geleverd worden door de agrarische sector. Een agrarische sector die te kampen heeft met een slecht imago.

Oogst van gerst, een grondstof voor bio-ethanol
Foto: © Jan Sibon/Schuld


Maar beseffen we wel dat geteelde gewassen juist massaal CO2 opnemen, dat CO2 een primaire voedingsstof is voor deze gewassen.

Een deel van deze gewassen komen in aanmerking voor omzetting tot bio-ethanol. Voor het gebruik als brandstof voor benzinemotoren kennen we twee standaarden E85, dat 85% bio-ethanol bevat en 15 % klassieke benzine en het nu gestandaardiseerde E10 dat bestaat voor 90% uit klassieke benzine en voor 10% uit bio-ethanol. De toekomst zal gaan uitwijzen hoe  de verhoudingen met andere energiebronnen voor automobielen gaat liggen.

Auto die rijdt op bio-ethanol, gefotografeerd in Montreal, Canada
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Een hybride auto die maar een actieradius heeft van 50 kilometer, en die zijn er, zijn belastender voor de leefomgeving. Ze mogen dan wel fiscale voordelen hebben, maar de vraag is of dat terecht is. Immers als de hybride motor zonder elektriciteit komt te zitten en verder moet op de klassieke brandstof dan moet het voertuig ook het extra gewicht van een elektromotor en de batterijen voortstuwen hetgeen leidt tot meer verbruik. Volledig elektrisch rijden is zeker nog geen haalbare optie.

Oplaadpunt voor elektrisch rijden in Ajaccio, Corisca
Foto: © Peter-Vincent Schuld


De toevoeging van bio-ethanol is dat wel en leidt tot een aanzienlijke reductie van uitstoot van schadelijke stoffen. Maar wat bio-ethanol nu eigenlijk? Niets meer en niets minder dan alcohol.

Voertuig dat rijdt op ethanol gefotografeerd te Montreal, Canada
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Bio ethanol kan worden gemaakt uit tal van producten, stro, maïs, aardappelen, suikerbieten etc. etc.De productie van bio-ethanol is pas de laatste jaren goed van de grond gekomen, maar een van de belangrijkste pioniers van dit product bevindt zich in Canada. Om precies te zijn in Ottawa.

Logo van bio-ethanol producent Iogen in Ottawa, Canada
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Nu dat bio-ethanol niet meer weg te denken is uit  de brandstofvoorziening voor automobilisten met benzinemotoren, wordt het tijd dat we eens gaan kijken bij deze pioniers, het bedrijf Iogen Energy dat de laatste jaren een enorme groei heeft doorgemaakt.


Het ontwikkelen van nieuwe technologie kost veel geld. Het is niet voor niets dat kapitaalkrachtigebedrijven vele tientallen miljoenen dollars investeerden in de onderneming zoals de zakenbank Goldman Sachs, Volkswagen en PetroCanada en niet te vergeten Shell, die in een vroeg stadium fiks investeerde in Iogen. Intussen is Iogen uitgegroeid tot een belangrijke speler in de levering van bio-ethanol in Canada maar ook in Brazilië.

Shell, bekend van menig tankstation zoals hier in Turnhout , deze energiereus is een van de kapitaalverschaffers en indirect aandeelhouder van Iogen
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Dat laatste komt mede door het feit dat in 2012 Iogen Energy een joint venture is geworden waarvan 50% van de aandelen in handen is van Iogen Corporation en 50% van de aandelen in handen is gekomen van de Braziliaanse energiereus Raizen Energia, dat op haar beurt weer een samenwerkingsverband is van Shell en de Braziliaanse ethanolproducent Cosan.

Kantoor en productiefaciliteit van Iogen in Ottawa, Canada
Foto: © Peter-Vincent Schuld


Klaarblijkelijk ziet men aan de andere kant van de Atlantische Oceaan meer heil in bio-ethanol dan in elektrisch rijden. Dat is ook niet zo verwonderlijk daar de te overbruggen afstanden per auto nu eenmaal is groter zijn dan de van-de-bakker-naar-huis-en-naar-het-werk-en-dan-naar-de-supermarkt-en-grootouders-ritjes”.


We keerden terug naar waar het allemaal “kleinschalig” begon, de bio-ethanol fabriek van Iogen in Canada.Een bedrijf dat reeds sinds 1975 bestaat en begonnen is als een onderneming die cellulose verteringstechniek wilde toepassen voor de veevoederindustrie.

Als we kijken naar de geschiedenis van het bedrijf is het eigenlijk begonnen een Research & Development onderneming. Naar verloop van tijd kwam de nadruk te liggen cellulose in te zetten voor de productie van brandstoffen, ingegeven door de stijgende prijzen van fossiele brandstoffen in het laatste kwartaal van de vorige eeuw. Iogen werd een contract toebedeeld door het Amerikaanse Department of Energy (ministerie van energie) om hier nader onderzoek naar te doen. Zo ontwikkelde het zich tot een onderneming die cellulose uit plantmateriaal om ging zetten in de brandstof ethanol.

Productiefaciliteit voor bio-ethanol Iogen in Ottawa, Canada
Foto: © Peter-Vincent Schuld


Het bedrijf is gelegen langs een typisch Noord-Amerikaanse snelweg die leidt door ogenschijnlijk verlaten landschappenen landerijen. Rechts van mij doemt de fabriek op die ik weldra ga bezoeken.

Eenmaal op het terrein overal veiligheidsbebording, immers net zoals bij benzine spreken we hier over een licht ontvlambaar product dat hier geproduceerd wordt en het minste of geringste vonkje kan aanleiding geven tot een fikse brand.

Veiligheidsbebordering en veiligheidsmaatregelen bij de productiefaciliteit voor bio-ethanol Iogen in Ottawa, Canada
Foto: © Peter-Vincent Schuld


In de de aanvoerhal liggen enorme balen met stro. Voor mij staat een installatie, die men een “feeder” noemt. Vorkheftrucks transporteren de balen stro naar de feeder en via dit invoersysteem worden de balen ingevoerd, waarna de stengels  verkleind worden tot kleine deeltjes. Daarna begin het echte proces van vergisten. De verkleinde deeltjes worden vervolgens in ketels gefermenteerd. De vrijgekomen suikers worden omgezet in alcohol.

Balen met stro in de bio-ethanolfabriek van Iogen in Ottawa, Canada
Foto: © Peter-Vincent Schuld


Maar hoe krijg je het ontstane goedje vloeibaar? Enzymen (eiwitten) vormen het sleutelwoord in het feitelijk puur biologische proces. Plantmateriaal bestaat voor een deel uit cellulose.Die cellulose dient omgezet te worden in suikers. Hier gebruikt men zuren voor die de cellulose afbreken en omzetten.

Balen met stro op de lopende band naar de feeder om uiteindelijk omgezet te worden in bio-ethanol bij Iogen in Ottawa, Canada
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Men laat vervolgens het goedje vergisten en het enzym Invertase zorgt er voor dat de suikers weer omgezet worden in fructose en glucose. Het enzym zymase zorgt ervoor dat er vervolgens ethanol en CO2 overblijft. De totale productietijd omvat globaal genomen zo’n 72 uur en vindt plaats onder een temperatuur van tussen de 250 en 300 graden Celsius.

Uiteindelijk belandt het product bio-ethanol in grote tanks en is het product klaar om geleverd te worden aan de benzineproducenten om het te mengen met de klassieke benzine, in feite geraffineerde aardolie.
Buiten op het terrein van Iogen staan die grote tanks waarin gefermenteerd wordt en het vrijgekomen bio-ethanol wordt opgeslagen.

Opslagtank en productiefaciliteit voor bio-ethanol van Iogen in Ottawa, Canada
Foto: © Peter-Vincent Schuld

In de tankstation-proefopstelling in Ottawa zien we het product E85, dus een goedje dat voor 85% uit bio-ethanol bestaat. Thans nog geen courante brandstofvorm. De motoren van benzine-auto’s moeten wel gereed gemaakt zijn om deze E85 te kunnen verbranden.

Voertuig dat rijdt op bio-ethanol op het terrein bij de productiefaciliteit van bio-ethanol Iogen in Ottawa, Canada
Foto: © Peter-Vincent Schuld

De technologie bestaat al langere tijd. Maar “brandstoffen” die verbrand moeten worden hebben helaas het stigma opgeplakt gekregen “altijd vervuilend”.Of dat waar is, is nog maar te bezien. Ook elektriciteit moet geproduceerd worden.

Productiefacilitiet voor bio-ethanol van Iogen in Ottawa, Canada
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Dus nu weet u een beetje wat er in uw benzinetank in gaat nu 10% van de benzinebrandstof bestaat uit bio-ethanol.

Het rooien van aardappelen zoals hier in Bellingwolde, Nederland, ook een potentiële grondstof voor bio-ethanol
Foto: © Jan Sibon/ Schuld


Terug naar de boeren. De boeren spelen, zoals beschreven een cruciale rol in de productie van grondstoffen voor bio-ethanol. Ook bij ons is de productie van bio-ethanol op gang gekomen.

Landbewerking, in de Rabe, Nederland, wat van het land af komt straks direct gereed voor de productie van bio-ethanol?
Foto: Jan Sibon/ Schuld

Echter de boeren verbouwen al eeuwen tarwe, graan, aardappels, suikerbieten en maïs. Als de bio-ethanol een toekomst gegund wordt zullen de boeren moeten blijven verbouwen. En de boer? De boer die ploegde voort.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here