Hoe denkt Nederland echt over de EU?

Koos van Houdt

Er gaapt een kloof tussen politiek Den Haag en gewone Nederlanders over Europees beleid
De mooiste typering daarvan: “welwillende onverschilligheid”

Je zou denken dat boeren het wel mooi vinden om ieder jaar een deel van hun inkomen automatisch uit de Europese kas op hun girorekening te zien gestort. Maar lang niet alle boeren zijn daar even blij mee. Zo zijn er boeren die trots zijn op hun eigen bedrijfsvoering en ieder jaar goede producten op de markt brengen. Ooit sprak ik zo’n boer. Die vertelde mij hoe vernederend het voelt om weer om geld aan te kloppen bij de overheid. “Het voelt alsof je in de bijstand zit, terwijl je toch iedere dag hard werkt”.

Toen de Europese Unie in 1962 begon met het gemeenschappelijke landbouwbeleid, was de situatie geheel anders. De vraag of er voldoende voedsel geproduceerd kon worden, lag nog levensgroot op tafel. Het voortbestaan van al die landbouwbedrijven was van levensbelang voor iedereen. Niets was te gek om de productie te verhogen en de kwaliteit van ons voedsel te verbeteren.

Het is dus niet vreemd dat er zo’n ingewikkeld stelsel van subsidies in de landbouw werd ontwikkeld. Maar na bijna zestig jaar zal er in 2021 toch sprake zijn van bezuinigingen. In een nieuwe periode van waarschijnlijk zeven jaar tot 2027 zullen de boeren meer van hun inkomen moeten verwerven door hard te werken aan de eigen productie. Een boer is steeds meer ondernemer geworden. Zij of hij moet leren de eigen broek op te houden.

Europese politiek is zo, net als de politiek die nationaal in Den Haag of in onze provincie- en gemeentehuizen wordt gemaakt een kwestie van debat en keuzes maken. Zelfs belanghebbenden denken daar lang niet altijd gelijk over, zo leert ons dit voorbeeld van deze boer. Bestuurders willen daarom graag van te voren weten, hoe gewone mensen denken over mogelijk te nemen maatregelen. Daarvoor is een bloeiende markt ontstaan van allerlei bureaus die de meningen peilen. De Europese Commissie is spekkoper. De ‘eigen’ Eurobarometer is kampioen op dit gebied.

Misschien waren we wel verrast toen vorige maand (23 mei 2018) uit zo’n peiling van Eurobarometer bleek dat 79% van de Nederlanders vindt dat hun mening telt in de besluitvorming door de Europese Unie. Daarmee kwam ons land uit in de top drie van Europese lidstaten. De vraag en de antwoorden wijken af van die andere vraag of Nederlanders voorstanders zijn van lidmaatschap. Maar uit deze en eerdere eurobarometers komt ook naar voren dat zeker twee op de drie Nederlanders voorstander is van dat lidmaatschap.

Dat is niet alleen in 2018 zo. Dat was al een feit rond het jaar 2000. Nederlanders begrijpen zichzelf soms niet. Waarom stemden dan bijna twee op drie Nederlanders op 1 juni 2005 in een referendum tegen het toen op tafel liggende Europese grondwettelijke verdrag? Het Sociaal en Cultureel Planbureau bedacht daar een term voor. Nederlanders vertonen een “welwillende onverschilligheid” ten opzichte van de Europese Unie en de maatregelen die vanuit die Unie tot ons komen.

Vragen, vragen, vragen.

Eerst maar eens die Eurobarometer zelf. Het instituut lijkt boven alle kritiek verheven. Zeker bij de Europese Commissie is men apetrots op dit stuk gereedschap. Maar aan de Universiteit van Leiden zijn onderzoekers als Jelke Bethlehem en Joop van Holsteyn klaar wakker. Zij onderwerpen met enige regelmaat de methoden en technieken van Eurobarometer aan kritisch onderzoek.

In een recent in 2017 gepubliceerd artikel ‘Eurobar? Onderzoekstechnische haken en ogen van de Eurobarometer’ geven ze aan dat het instrument niet in alle opzichten voldoet aan de wetenschappelijk ontwikkelde criteria voor geloofwaardig onderzoek onder gewone mensen. De methoden zijn niet altijd even doorzichtig. Het is niet precies bekend hoeveel mensen weigeren antwoord te geven op vragen. En er vallen kritische kanttekeningen te plaatsen bij de wijze waarop de steekproeven worden getrokken. Soms zijn of worden vragen slecht geformuleerd. Dat kan soms zo slecht zijn dat bij voorbaat als het ware een positief antwoord is ingebouwd, als het gaat om een conclusie die in de smaak valt bij de opdrachtgever Europese Commissie.

Maar hun conclusie is niet dat Eurobarometer waardeloos is. Eerder valt hun mening te omschrijven als ‘niet ideaal, maar we hebben ook niets beters’. Vooral omdat door vele jaren sinds 1972, startjaar van de Eurobarometer, op veel terreinen betrouwbare trends zijn gemeten, kunnen we toch voor een belangrijk deel beschrijven hoe gewone mensen denken over de ontwikkelingen binnen de Europese Unie.

Om het nog maar even ingewikkeld te maken: die Eurobarometer is zo betrouwbaar dat ook heel wat ministeries in Nederland zich baseren op de uitkomsten van dit, zeker twee keer per jaar verschijnend, kiezersonderzoek. Als journalisten dus gebruik maken van de uitkomsten van de Eurobarometer, dan moeten ze dus vooral letten op vastgestelde trends door meerdere jaren heen en niet elk opgegeven percentage voor een bepaalde mening precies als juist beschouwen. Op die basis denken we bij Facts Found dat we in de rapporten van deze instelling voldoende feiten vinden om door te geven.

Geen nexit, blijkt uit Eurobarometer.

Nederlanders weten maar al te goed aan welke kant hun boterham wordt gesmeerd. Zij zien het belang van innoveren, van exporteren en van reizen over de wereld. Dat gaat binnen en vanuit de Europese Unie tegenwoordig zoveel gemakkelijker en goedkoper dan vroeger vanuit een gesloten polderland met dichte grenzen in het oosten en het zuiden.

vork-met-europese-vlag
Nederland weet dat er gegeten wordt door de voordelen van de EU: Op de zijkant van deze vrachtwagen blijkt nog maar eens de verbondenheid van het bedrijfsleven met de EU. foto © Peter-Vincent Schuld

Gewone Nederlanders voelen zich in het algemeen thuis in Europa, zeker ook in de vakantie. Aardappels mee naar de camping, flessen wijn mee terug naar huis in de kofferbak. Ja de oppositie tegen die frank en vrije Europese levenswijze is in deze eeuw wel veel zichtbaarder geworden. Maar tot nu toe is het nooit boven dertig procent van de bevolking gekomen. Hooguit zegt men dat men in eigen huis het ook zelf voor het zeggen wil houden. Wie dat deed, kan ophouden met dromen: In Nederland is nauwelijks draagvlak voor een uittreden uit de Europese Unie (in de volksmond ‘nexit’).

De eurobarometer van 23 mei verscheen precies een jaar voordat er tussen 23 en 26 mei 2019 weer Europese verkiezingen worden gehouden. Als de cijfers een beetje kloppen dan gaan we volgend jaar verrassende dingen zien in ons land. Nee, er zullen geen opkomstcijfers boven 80% gezien worden, zoals op 15 maart 2017 bij de vorige verkiezingen voor de Tweede Kamer.

Maar je zou toch mogen verwachten – gezien de gemeten cijfers – dat Nederlanders in groeiende mate ook het belang gaan zien van de Europese verkiezingen en van wat de Europese Unie allemaal betekent voor het dagelijks leven van gewone Nederlanders. Een opkomst van vijftig tot zestig procent zou je mogen verwachten. Dat zou veel hoger zijn dan de ruim 37 procent bij de Europese verkiezingen van mei 2014.

Je zou het inderdaad mogen verwachten, omdat de steun voor de Europese Unie onder Nederlanders de laatste jaren sterk aan het groeien lijkt. Die ligt op dit moment zeker op twee-derde. Die groei wordt mede verklaard doordat veel jongeren leren leven, studeren en werken op Europese schaal. In de eurobarometer scoort Nederland het hoogste van alle lidstaten: 70% onderstreept het belang van de Europese verkiezingen.

Waarin zou Nederland dan de nog steeds levende meer eurosceptische gevoelens te gelde kunnen maken? Uit het onderzoek van eurobarometer blijkt ons land beduidend negatiever over het streven in het Europees Parlement de verkiezingen ook te gebruiken als graadmeter voor de aanwijzing van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. Dit proces werd in 2014 opgetuigd en leidde tot de benoeming van Jean-Claude Juncker. Dat ging met frisse tegenzin van de meeste regeringsleiders. Maar ja, Juncker was Spitzenkandidat (deze Duitse term voor lijsttrekker is inmiddels ingeburgerd) voor de christen-democraten. En die partijpolitieke familie kwam als grootste uit de stembus.

Mark Rutte heeft maar weinig steun voor veel onderdelen van zijn Europese agenda. Teveel geld voor Europa? Ach, valt wel mee, zeggen de Nederlanders. Teveel macht voor de Europese Commissie? Och, de Nederlanders trekken er hun schouders over op. Maar bij dat streven de ‘Spitzenkandidat’ van de grootste partijpolitieke familie benoemd te krijgen, aarzelen die Europees gezinde Nederlanders opeens opvallend. Ja, het is wel veel transparanter, zegt 75% van onze landgenoten. Maar nee, slechts dertig procent, het laagste van alle lidstaten, voelt zich er extra door gemotiveerd te gaan stemmen. Het gaat, zo kun je uit veel andere vragen lezen, Nederlanders echt om de inhoudelijke resultaten van Europees beleid: energietransitie, meer veiligheid.

Claes de Vreese, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, deed samen met zijn studenten eigen onderzoek. Hij nuanceert al die Europese gezindheid een beetje, maar komt toch tot de conclusie dat ons land in wezen in drie groepen uiteenvalt. Een derde is Europees gezind, een derde zal het niet veel uitmaken, maar is ook niet tegen en ongeveer een kwart van de Nederlanders wil uit de Europese Unie. Vertrouwen in de Europese Unie is op zichzelf vrij hoog, vertrouwen in binnen die Unie actieve politici veel minder. Hier is een lage 15% aan de orde, heeft hij gemeten. Dat vertelde hij op zaterdag 26 mei in Nieuwsuur.

Sociaal en Cultureel Planbureau

Het aardige van het onderzoek van De Vreese is dat, wanneer je zijn resultaten legt over die van de eurobarometer, je in ons land geen grote verschuivingen ziet. De meest prangende vraag is, hoe het toch kwam dat op 1 juni 2005 opeens 62% van de Nederlanders tegen het Europese grondwettelijke verdrag stemde. Die vraag is tussen 2005 en 2008 uitvoerig bestudeerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau. In twee rapporten, waarvan de tweede nadrukkelijk was bedoeld als controle op de eerste, werden daarover de volgende conclusies getrokken.

Tussen het jaar 2000 en de huidige overgangsjaren is er dooreen genomen sprake van een min of meer stabiele situatie. Rond 35% van de Nederlanders steunt het Europese project en ongeveer 35% is er niet tegen. Hoe is het dan mogelijk dat tussen half mei 2005 en het najaar wel sprake was van een negatief sentiment? Dat bleef lang een raadsel. Maar uit een specifiek op dit soort golfbewegingen gericht onderzoek, concludeerde het SCP in het rapport van 2008, dat de bestaande middengroep niet voor en niet tegen is.

Als men langduriger doorspreekt met mensen uit deze groep, dan hebben ze vanwege permanente twijfel de neiging zich voor alle zekerheid maar tegen de actuele Europese ontwikkelingen uit te spreken. Onbekend maakt dan even onbemind. Na een paar maanden veren ze dan weer terug in hun weifelende, maar niet afwijzende houding. Het moet gewoon allemaal niet te snel gaan met die Europese integratie. Dat argument was veelgehoord in de aanloop naar het referendum. Dat argument kwam ook weer terug in dit onderzoek.

eu-subsidie-vasse
Voordelen van Nederlands lidmaatschap van de EU, fietsroute in Overijssel werd medegefinancierd met geld uit Brussel
foto © Peter-Vincent Schuld

Die stand van zaken werd iedere keer bevestigd, wanneer weer andere aspecten van Europese samenwerking naar voren kwamen. Eerst het buitenlands beleid, later defensie en justitie kregen na het tot stand komen van het Verdrag van Maastricht (1992) steeds meer aandacht. Dat bevorderde het onbehagen. Maar het leidde ook steeds breder tot het besef dat Europese integratie onomkeerbaar was geworden. Kunnen we in eigen land nog wel onze eigen zaken regelen? Dat werd vooral duidelijk als gevolg van de grote crisis van 2008, toen globalisering en europeanisering ook de crisis voor velen voelbaar maakte. Maar nooit was Nederland zodanig eurosceptisch – ook niet tijdens de recent achter ons liggende crisisjaren– dat het ‘nee’ zei tegen de Europese Unie.

We weten nog steeds heel goed aan welke kant onze boterham wordt gesmeerd. Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft een mooi etiket geplakt op deze Nederlandse wankelmoedigheid: “Welwillende onverschilligheid”.

2 REACTIES

  1. Helemaal niks eruit met de EU. We hebben als burger niks meer te vertellen. Terwijl wij de baas zijn in ons Nederland. Conclusie Nexit alle grenzen weer dicht. Kunnen wij als burgers weer normaal rustig leven. Wat we ne hebben zijn regeltjes en we worden helemaal leeg geplukt door dit walgelijke kabinet Rutte111 allemaal opstappen. Nederland is van ons. De Burgers eb die zijn de baas. En niemand anders.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here