Incidentenbestrijders ProRail:
Als treinen of mensen ontspoord raken


Peter-Vincent Schuld

In de ochtend van 8 januari 1962, negentien minuten over negen, twee reizigerstreinen komen met elkaar in botsing. De trieste balans: 93 doden en 52 gewonden. De grootste treinramp uit de Nederlandse geschiedenis heeft zich voltrokken die de boeken in gaat als de “Treinramp bij Harmelen”. Een gebeurtenis die tot en met vandaag niet uit ons collectieve geheugen is gewist. Een tragedie die ten grondslag lag een reeks van veiligheidsmaatregelen om proberen te voorkomen dat een ramp als deze en in deze omvang zich nooit meer zou voordoen.

Toch voltrok er zich rond een uur of acht in de morgen van de 4e mei 1976 bij Schiedam opnieuw een tragedie waarbij drie treinen met elkaar in botsing komen en 24 mensen om het leven kwamen. Bij beide catastrofes was er sprake van een menselijke fout.

Uit de ramp bij Harmelen werden lessen geleerd. Een ingenieus systeem werd geïntroduceerd onder de naam “ATB”, automatische treinbeïnvloeding waardoor snelheden automatisch gelimiteerd werden en waarbij de machinist gehouden is om het systeem te laten weten dat hij er met “zijn gedachten” er nog bij is.

De ramp bij Harmelen was ook aanleiding om een crisis- en hulpverleningsorganisatie binnen het treinwezen op te richten. Een organisatie die gespecialiseerd was in het optreden en het verlenen van hulp bij treinongevallen. Na de opdeling van vervoerder(s) en de uitbater van het spoorwegnet werd ProRail de organisatie die de taak van de Nederlandse Spoorwegen overnam.

Treinen, locomotieven; het zijn tonnen wegende kolossen van staal die niet zo maar direct tot stilstand komen. Als er een ongeval plaatsvindt op het spoor dan is dat meestal een gebeuren met een hoge impact en vaak helaas met slachtoffers. Een nieuwsbericht van een aantal dagen terug “Dode bij treinongeluk Nunspeet”. De foto die bij het nieuwsbericht staat, laat een interventievoertuig zien van ProRail bij een spoorwegovergang.

Tijd om eens nader kennis te maken met de incidentenbestrijders van ProRail. Om zeven uur in de ochtend meldt uw verslaggever zich bij een gebouw niet ver gelegen van het Centraal Station in Eindhoven. Enkel de dienstvoertuigen en een paar borden verraden de aanwezigheid van de dienst waarvan het gebouw is opgetrokken uit donkere industriële bakstenen. Op het gelijkvloers is de dienst gehuisvest. in de garage staat een grote vrachtwagen om hulp te verlenen bij calamiteiten. Aan de deur van het manschappenverblijf in deze vrachtwagen hangen flacons met desinfecterende vloeistoffen en in gebruik zijnde doosjes met latex handschoenen. De aanwezigheid van deze twee zaken vertellen al dat de manschappen van ProRail met regelmaat in aanraking komen met mensen die fysiek betrokken zijn geraakt bij treinongevallen. Noodlot en keuzes, tegenstrijdigheden die op de zelfde manier behandeld worden. In alle gevallen moet het spoor worden vrijgemaakt voor eventueel herstel en hervatting van het treinverkeer.

Achterin de garage waar het hulpverleningsvoertuig van ProRail staat gestald liggen er bordjes die overal geplaatst worden om mensen te wijzen op het gevaar van het onverantwoord kruisen van spoorwegovergangen. Het maakt al gauw duidelijk dat de incidentenbestrijders van ProRail zich in de dagelijkse praktijk voor een aanzienlijk deel van de tijd ook bezighouden met preventie van ongevallen. In een ander deel van de garage liggen bewakingscamera’s klaar om ze toe te voegen aan het reeds bestaande en brede arsenaal van middelen die onregelmatigheden op het spoor moeten voorkomen. Van baldadigheid en diefstal in de vorm van graffiti en muntjesleggers (muntjes worden op lasnaden op de rails nabij spoorwegovergangen gelegd om zo de slagbomen gesloten te houden -red) en koperdieven tot en met het signaleren van spoorlopers.

icb-prorail
Camera’s langs het spoor (c) Peter-Vincent Schuld

De binnenkant van het gebouw oogt op het eerste zicht nogal klinisch. Schijn bedriegt. De hartelijkheid van de incidentenbestrijders naar deze ‘genodigde indringer” geeft meteen aan dat het gebouw haar “couleur” ontleent aan de mensen die er aanwezig zijn. No nonsens maar kameraadschappelijk zijn de medewerkers bijeengekomen van de “vroege shift”, op dit voor uw verslaggever onchristelijk vroeg tijdstip.

Stuk voor stuk karakter-types die op elk moment weggeroepen kunnen worden om in teamverband met blauwe zwaailichten en sirenes uit te rukken naar een spoor des onheils. Lichaamstaal en ogen vertellen, zonder dat je nog maar iets weet van de mensen afzonderlijk, dat netvliezen het nodige te verwerken hebben gekregen. De koffie wordt gedronken met de wetenschap dat onheilstijdingen elk moment kunnen binnenrollen. Een lekkende wagon, een trein uit de rails gelopen, een auto die de signalen op de spoorwegovergang genegeerd heeft, een mens die zijn getergd leven niet meer op de rails kon houden en als wanhoopsdaad een reis naar het eeuwig einde verkoos.

Uw verslaggever spreekt met Harrie Hendriks, die al 28 jaar tussen komt bij serieuze voorvallen op het spoor. Trotse vader van twee kinderen van wie er eentje in de voetsporen van zijn vader een loopbaan bij een vergelijkbare hulpverleningsorganisatie koos, de brandweer. Helpen zit blijkbaar in het bloed.
Harrie Hendriks vertelt honderduit, ook over de minder aangename doch dankbare taken die uitgevoerd moeten worden. Komt een auto in botsing met een trein, dan moet het slachtoffer toch uit de auto worden bevrijd en in fatale gevallen geborgen worden. Mentaal gezien is het beroep van incidentenbestrijder op het spoor allerminst licht te noemen. Harrie Hendriks maakt meteen diverse duidelijke statements over zijn empathische betrokkenheid. Hij benoemt een reeks van tragische incidenten op het spoor op die hem nadrukkelijk zijn bijgebleven.

Harrie Hendriks staat midden in het leven. Naast zijn werk vormen zijn gezin en de voetbalvereniging zijn passies en vertelt vervolgens over een incident waarin een jong meisje er voor koos niet meer te willen leven ondanks nog maar zo kort op deze aarde te hebben rondgelopen. Terwijl Harrie het onderwerp aansnijdt, verschijnt er een vragende blik in de ogen van Harrie. Hij vervolgt zijn verhaal en vertelt over een van zijn kinderen er alles aan deed om juist een nieuw leven middels gezinsuitbreiding het levenslicht te laten zien. “Wat moet zo’n meisje gedreven hebben om zo jong al uit het leven te stappen” vraagt Harrie Hendriks zich af.

icb-prorail
Bord bij het spoor attendeert mensen die rondlopen met gedachten om een einde aan hun leven te maken op het feit dat er hulp is voor deze mensen in geestelijke nood (c) Peter-Vincent Schuld

Uit piëteit jegens betrokkenen, familie en andere nabestaanden kiest uw verslaggever ervoor om verder niet specifiek in te gaan op de individuele gevallen. Maar het moge duidelijk zijn dat Harrie Hendriks de gebeurtenissen weliswaar professioneel tegemoet treedt maar altijd nog mens is gebleven. Ja, de dood komt met grote regelmaat en aanhoudend op het spoor van de incidentenbestrijders. “We letten erg op elkaar” vervolgt Harrie Hendriks. “Vroeger zweeg ik meer dan nu, ik heb geleerd om te praten”. “Niets is raar, je moet over alles kunnen praten” spreekt Harrie Hendriks op een zorgzame vaderlijke toon. “De teamleider komt aan ons vragen hoe het met ons gaat, maar ik vraag op mijn beurt hoe het gaat met jou”.

Opnieuw spreken ogen meer verhalen dan er ooit in woorden te vatten zijn. Harrie vertelt over dat ene groot treinongeval in Amsterdam waarbij opnieuw twee treinen met elkaar in botsing kwamen waarbij 117 gewonden vielen. Vanuit heel Nederland zijn de hulpverleningsteams van ProRail ter plaatse gekomen om te zoeken naar gewonden en eventuele dodelijke slachtoffers. Alhoewel natuurlijk ieder dodelijk slachtoffer er eentje teveel is bleef het aantal fataliteiten beperkt tot 1 dodelijk slachtoffer. Harrie vertelt dat ze vreesden dat er in een verwrongen deel van de trein nog slachtoffers zaten en dat ze met man en macht dit verwrongen staal uiteen hadden gehaald om na te gaan of er zich nog slachtoffers in het betrokken treinstel bevonden. Met een hernieuwde opluchting vertelt Harrie dat er, tegen de verwachting in, geen slachtoffers meer werden aangetroffen.

Treinen rijden door Nederland maar kruisen ook de grenzen met onze zuiderburen en oosterburen. Uw verslaggever stelt Harrie de vraag of er ook wordt geoefend met de Belgische collega’s van Infrabel en de Duitse collega’s van DB Notfalltechnik (Deutsche Bahn -red). Het is niet uit te sluiten dat er zich incidenten voordoen op baanvakken die net op de grens liggen en er heeft zich al eens een grensincident voorgedaan bij het Belgische Essen dat gelegen is op het traject Roosendaal-Antwerpen. Opnieuw blijkt de passie voor het werk van Harrie.

Harrie zegt dat de algemeen leiders van de incidentenbestrijders van ProRail collegiaal en functioneel contact met elkaar houden. Samen oefenen bij incidenten is er nog niet van gekomen stelt Harrie. Het blijkt dat ieder hulpverleningskorps van spoornetbeheerders in de omringende landen hun eigen manier van werken en hun eigen materieel hebben. De Duitsers hebben complete fel rood gekleurde hulpverleningstreinen met grote kranen die uitrukken bij incidenten die om grootschalige inzet van materieel vragen. ProRail heeft er voor gekozen om zware kranen bij grote incidenten extern in te huren. In Zwitserland zijn er zelfs treinen die dienen als blusvoertuig bij branden. Dat is ook niet zo verwonderlijk want sommige trajecten zijn nu eenmaal moeilijk te bereiken in het bergachtig Alpenland.

We keren weer terug naar de Nederlandse situatie maar met een oog op de buren. Waar het in België en Duitsland heel normaal is dat de brandweer
helpt bij het reinigen van onder meer het spoor en treinstellen is dit in Nederland niet meer de normaalste zaak van de wereld. Waar in Duitsland
de brandweer en het Technisches Hilfswerk en in België brandweer en de Civiele Bescherming bijstand verlenen bij de diverse fases van incidenten
is dat in Nederland anders. Er zijn in Nederland brandweerkorpsen die niet meer uitrukken om een handje te helpen bij bijvoorbeeld het reinigen van het spoor en treinstellen. Er wordt een beroep gedaan op Wilchem, een vooraanstaand incidentenbestrijdingsbedrijf, onderdeel van Volker Wessels, dat in de praktijk een aantal secundaire taken van de overheidsbrandweer over heeft genomen en door ketenpartners ingehuurd moet worden. ProRail heeft daarom besloten dat in de grote hulpverleningsvoertuigen tanks met water en hogedrukspuiten worden geïnstalleerd zodat zij die werkzaamheden zelf kunnen uitvoeren.

icb-prorail
Incidentenbestrijder Erny Herman bij zijn dienstvoertuig op het emplacement te Venlo (c) Peter-Vincent Schuld

Maar zoals in alles “voorkomen is beter dan genezen”. Uw verslaggever gaat op pad met incidentenbestrijder Erny Hermans. Een joviale kerel met een schier onbegrensd gevoel voor humor en een scherp oog waar een adelaar jaloers op kan zijn. Waar anderen hun leven begrensd zien door de routine van alledag is Erny een man die het leven leeft en viert, en juist misschien daarom deze job met hart en ziel kan uitvoeren. We gaan samen het spoor tussen Eindhoven en Venlo inspecteren. ProRail heeft stevig ingezet op preventie en talloze kilometers spoor zijn met hekken omheind en op cruciale plekken zoals overwegen voorzien van camera’s…. en borden die mensen die voornemend zijn hun leven op het spoor tot een einde te laten komen op andere gedachten te brengen.

ProRail heeft in 2015 besloten om haar dienst met buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s -red) die verbaliserend kunnen optreden bij gevaarlijke of criminele gedragingen op en rond het spoor te integreren bij de incidentenbestrijding. Voor we op route gaan pakt Erny zijn koppel met handboeien voor het geval iemand weerspannig is. Nog voor het aanvangen van de patrouille blijkt dat voor Erny Hermans de handboeien geen machtsinstrument vormen maar een functioneel stuk gereedschap in de geweldsbeheersing. Hij neemt zijn koppel voorzien van “handcuffs” mee, maar draagt de koppel niet voortdurend. Erny is er de man niet voor autoriteit uit te stralen, alleen op grond van de bevoegdheden die hem zijn gegeven.
Gedurende de gesprekken die we voeren in het incidentenbusje, een Volkswagen Transporter voorzien van blauwe zwaailichten en sirene, wordt meer en meer duidelijk dat levenservaring en mensenkennis zijn voornaamste gereedschappen zijn in het voorkomen van vervelende en trieste situaties.

icb-prorail
BOA logo op uniform incidentenbestrijder (c) Peter-Vincent Schuld

Erny laat uw verslaggever een locatie zien, welke we hier niet nader gaan aanduiden, waar diverse mensen er voor kozen om uit het leven te stappen. Uw verslaggever probeert de sfeer van deze zo sereen lijkende plek aan te voelen en in te leven in de personen die het eerste te maken krijgen met zo’n trieste gebeurtenis. De betrokkene zelf die de keuze maakt niet verder te willen, de machinist van de trein die op geen enkele wijze het definitieve lot voorkomen kan, de conducteur die de eerste schouw moet doen e vervolgens de hulpverleners van politie, ProRail en de uitvaartonderneming die ter plaatse komen om de situatie op een zo waardig mogelijke manier op te lossen om vervolgens het treinverkeer weer op gang te helpen.

Ondanks de synergie tussen het scherpe oog en de ontspannenheid van Erny wordt het meteen duidelijk dat kordaat en handelend optreden in geval van een incident net zo goed tot de inhoud van het professionele woordenboek behoren. “Als er een melding komt gaat de knop direct om” zegt Erny Hermans ontspannen maar resoluut. De voertuigen krijgen de melding van de centrale meldkamer in Utrecht de route naar en de plaats van een incident rechtstreeks in het voertuig. Via parallel aan het spoor lopende en schier onbegaanbare weggetjes die zo het terrein zich laat aanzien, veelvuldig voor het motorcrossen worden gebruikt, controleert Erny of er geen gaten in hekken zijn en of de nooddeuren van de schermen langs het spoor afgesloten zijn. Zijn ogen blijven voortdurend speuren naar onregelmatigheden of situaties die de veiligheid op het spoor hypothekeren. Vol compassie vertelt Erny over een geval waarbij hij letterlijk een sprong van een meisje voor de trein heeft weten te voorkomen om nadien er aan toe te voegen dat ze helaas ook veel te maken krijgen met agressie van mensen die voornemend zijn hun wanhoopsdaad in de praktijk te brengen. Hij vertelt hoe hij verdoken in de bosjes lag om koperdieven langs het spoor te betrappen en aan te houden. Hoe hij door middel van verplaatsbare camera’s verdachten van koperdiefstal eerder in het “snotje” had dan de dieven zelf konden bevroeden. Erny vertelt vol trots en met een niet te verhullen grijns op zijn gezicht dat hij op slechts enkele meters van de dief in kwestie verdoken lag.

Als uw verslaggever geen journalist was geworden was zo’n baan hem ook wel op het lijf geschreven geweest. Helpen waar het kan, waardigheid betuigen waar het geacht wordt, kordaat optreden als het moet. Erny Hermans opent de achterzijde van zijn dienstvoertuig en laat een uitklapbaar bordes zien waarmee reizigers uit de trein geholpen kunnen worden als de situatie daarom vraagt. Weer de nadruk op de helpende hand.

Waar die helpende hand soms voldoende is om een situatie te tackelen krijg je een locomotief die naast de rails terecht gekomen is niet zomaar weer terug op de rails met de blote handen. Erny Hermans legt uit hoe door middel van vijzels en schuifplaten een trein weer terug in de rails geholpen kan worden.
Hoewel het technisch redelijk eenvoudig lijkt is het toch een fikse klus om het enorme gewicht van een trein weer op de rails te krijgen.
Het kan allemaal voorkomen op een werkdag van de incidentenbestrijders.

We schakelen even terug naar de ochtend voordat we op surveillance vertrokken. Toen kwamen eveneens de bijzondere werkzaamheden aan bod.
Door ons land kruisen veel goederentreinen die geladen zijn met allerhande zaken waaronder ook gevaarlijke stoffen. Volgens woordvoerder Rene Vegter is in 99,9 % van de gevallen bij ProRail exact bekend welke zaken en eventuele gevaarlijke stoffen er per spoor vervoerd worden als de treinen in beweging zijn en waar deze zich bevinden. Alleen tijdens het rangeren van de goederentreinen en de wagons kan het voorkomen dat niet geheel bekend is en wordt het cijfer van 70% bekendheid gehaald. Rene Vegter zegt hierover dat hij het betreurt dat die verschillende cijfers in de media nog wel eens door elkaar gehaald worden en dat door de onjuiste weergaven van de cijfers er nog wel eens een incorrect beeld bij de burger kan ontstaan.

akzo-nobel
Emplacement met tankwagons met gevaarlijke stoffen, in dit geval Chloor bij Akzo-Nobel te Hengelo (c) Peter-Vincent Schuld

Vegter voegt daaraan toe dat slechts 2% van het vervoer van gevaarlijke stoffen per trein geschiedt. Het resterend deel geschiedt per wegtransport en via het water. Zoals eerder gezegd, de impact van een incident op het spoor kan nogal stevig zijn gelet op het tonnage van locomotieven en treinstellen. Dit wordt eens te meer duidelijk als we het rangeerterrein annex goederenemplacement in Venlo betreden.

icb-prorail
Wagons waarvan de stoorbloken bij koppelingen zijn afgebroken na een ongeval (c) Peter-Vincent Schuld

Op het terrein staan twee locomotieven die zijn hersteld na een onderlinge aanrijding. De wagons die achter de bij het ongeval betrokken treinen hingen, staan er nog en dragen allen het etiket dat ze niet voor transport ingezet mogen worden. De koppelingen die de goederenwagons met elkaar verbinden en die zijn gemaakt van zwaar staal, zijn verbogen en een enkeling is als een luciferstokje afgebroken en ligt “los” op de wagon. Het maakt in een keer duidelijk wat voor krachten er vrijkomen bij een aanrijding met een trein. Dan spreken we nog niet over de elektriciteit op het net. Venlo is het grensstation waarbij het Nederlandse voltage (1500 Volt) voor een trein omgezet wordt in het Duitse voltage (15.000 volt). De incidentenbestrijders van ProRail zij eveneens belast met het veilig maken van de de spooromgeving voor andere hulpverleners bij een ongeval. Er komt zoveel meer kijken bij het bestrijden van ongevallen op het spoor. De mensen van de incidentenbestrijding moeten elkaar kunnen blind kunnen vertrouwen en vormen onderling daarom een soort van tweede familie op het werk. Maar ook breder is de verbondenheid met elkaar merkbaar. Als Erny Hermans en uw verslaggever onderweg zijn wordt menigmaal de hand opgestoken naar voorbij zoevende machinisten op de trein. Op het Centraal Station van Venlo gaan we een “bak koffie pakken” in de personeelsruimte waar machinisten en conducteurs bijeenkomen om even van hun pauze te genieten. In onvervalst Limburgs (Erny Hermans woont in Tegelen) vliegen de grappen en onschuldige plagerijtjes over en weer en getuigen van een familiale kameraadschap van mensen die “bij het spoor” werken.

icb-profiel
Incidentenbusje van Prorail (c) Peter-Vincent Schuld

Op de terugweg naar het dienstgebouw te Eindhoven besluit Erny Hermans nog even een kijkje te nemen bij de plek aan de Tongelreseweg waar in 2015 een bierfiets ongelukkigerwijs in aanrijding kwam met een voorbij komende trein waarbij een 24-jarige amateurvoetballer het lieven liet. Een gedenkteken herinnert aan het tragische ongeval.

icb-profiel
Gedenkteken bij de spoorwegovergang aan de Tongelreseweg in Eindhoven waarin in 2015 een dodelijk slachtoffer viel (c) Peter-Vincent Schuld

Nabij de spoorwegovergang worden regelmatig controles uitgevoerd door de BOA’s van incidentenbestrijding. Negeren van sluitende slagbomen, rode knipperlichten en belsignalen zijn helaas nog steeds aan de orde van de dag. “Nog even snel de spoorweg meepakken” niet beseffende dat een aanrijding met de trein in de meeste gevallen fataal kan zijn. De incidentenbestrijders van ProRail hebben voortdurend met dit soort taferelen te maken.
Een proces-verbaal voor het oversteken van een overweg bij sluitende spoorbomen en rode knipperlichten kost 230,00 EURO. Op de vraag aan Erny Hermans of hij nooit te maken krijgt met agressie en scheldpartijen van mensen die hij staande houdt en een proces-verbaal geeft, antwoordt Erny dat hij daar op gepaste wijze mee omgaat en dat als het te ver gaat hij de overtreder op de bon kan slingeren voor belediging van een ambtenaar in functie. Toch is Erny alles behalve het type “bromsnor” die er op uit is om mensen op de bon te slingeren. Het wordt een paar minuten later duidelijk als we weer plaatsnemen in het dienstvoertuig en een verstandelijk gehandicapte jongeman komt Erny begroeten. Kort geleden had Erny de jongen staande gehouden omdat hij het rode knipperlicht bij een spoorwegovergang negeerde. “Een boete heb ik hem niet gegeven” zegt Ernie. “Zijn ouders draaien op voor de boete en hijzelf begrijpt er niks van”. Als “oude vrienden” neemt de jongen weer afscheid van Erny en vervolgt zijn weg. Met een beetje geluk zal deze jongen het niet meer in zijn hoofd halen om zichzelf in gevaar te brengen. Deze jongen laat merken dat hij iets van de les van Erny heeft geleerd.
Erny Hermans op zijn beurt geniet van het moment dat hij bemerkt heeft dat er weer iemand uit de dodelijke gevarenzone is gehouden.
Met het zelfde goede humeur waarmee Erny Hermans zijn dienst is begonnen sluit hij deze werkdag af. Gelukkig een dag zonder incidenten in de regio Zuid; dus zonder aanhoudingen, zonder gewonden en zonder doden. De dag van morgen kan weer heel anders zijn.

Mocht u na het lezen van dit artikel nood hebben aan geestelijke hulp of loopt u rond met gedachten aan zelfdoding bel dan voor Nederland 0900-0113 of bezoek de website www.113.nl. Voor onze Vlaamse lezers die in geestelijke nood verkeren bel 1813 of bezoek www.preventiezelfdoding.be.

Aarzel niet om te bellen, er is altijd een luisterend oor en een helpende hand.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here