Over boetes en het CJIB: De “IJzeren kanselier” leeft voort in de Wet Mulder

0
378
Geflitst? De Wet Mulder houdt u tot betalen foto © Peter-Vincent Schuld

Over boetes en het CJIB: De “IJzeren kanselier” leeft voort in de Wet Mulder

door Koos van Houdt

U zult vast direct beginnen te geeuwen bij de aanduiding ‘Wet-Mulder’. Maar als we een paarse enveloppe, een kantoor in Leeuwarden en de aanduiding CJIB (‘Centraal Justitieel Incassobureau’) met elkaar verbinden, dan zit iedereen opeens op het puntje van de stoel. Nog steeds komen deze gevreesde brieven per kruippost bij u thuis. Vrijwel altijd kost het dan de nodige centen. Boete voor te snel rijden, voor het niet stoppen voor het rode licht of te lang of op een onjuiste plek parkeren.

Onlangs plofte weer eens zo’n enveloppe bij ons op de deurmat. Mijn vrouw en ik kijken elkaar dan aan en vragen ons af, wie van ons nu weer te hard heeft gereden. Het was intussen al een tijdje geleden dat we een bankoverschrijving hadden moeten doen. Dit keer was de mededeling: nog te betalen 0 euro. Meer dan drie jaar geleden werd ons de eerste sanctie in deze zaak opgelegd. Wij meenden voldoende feitelijke redenen te hebben daartegen in beroep te gaan. Maar de ‘IJzeren Kanselier’ won uiteindelijk het pleit.

Het kan niet anders of het ambtelijke apparaat en de rechterlijke macht hebben veel meer kosten gemaakt dan wat we uiteindelijk aan boete hebben betaald. Met dank dus aan onze mede-belastingbetalers, die het nodige aan onze veronderstelde overtreding hebben bijgedragen. Waarom over zoiets alledaags als een verkeersboete een verhaal maken? Wel ik behoorde eind jaren tachtig van de vorige eeuw tot een select groepje van parlementaire journalisten, die zich druk maakten over de politieke debatten en de uiteindelijke beslissingen inzake deze Wet-Mulder.

De behandeling van een technisch ogend wetsvoorstel als deze, werd als regel op de agenda van de Tweede Kamer gezet op tijdstippen dat iedere andere Nederlander gezellig bij de eigen partner thuis zat, of in de kroeg of kijkend naar een mooie film in de bioscoop. In de late avonduren dus. Het was geen straf dergelijke debatten te volgen en erover te schrijven. Het was gezellig en intiem in die oude vergaderzaal van de Tweede Kamer. Als het werk klaar was, werden de betrokken bewindspersoon, het kleine groepje leden van de Tweede Kamer en het handjevol journalisten in de bar naast de vergaderzaal nog even onthaald door gedienstige obers. Een pilsje, wat bitterballen en een prettig informeel gesprek na het debat. Het kwam de kwaliteit van datgene waarover we naar huis schreven, meestal wel ten goede.

Bij de behandeling van de Wet-Mulder rezen ook daar aan die bar een aantal klemmende vragen. Voldoet deze wet wel aan de basisprincipes van de rechtsstaat? Uit een donker deel van mijn geheugen rijst op dat we ons daar op die oude perstribune dertig jaar geleden bezorgd maakten over principes als het voorop zetten van de onschuld van de verdachte tot het openbaar ministerie het tegendeel heeft bewezen en dat straf pas mag worden opgelegd nadat de overtreding vast staat.

Ook voor de invoering van de Wet-Mulder kende je al wel dat gele bonnetje onder de voorruit. Te lang of verkeerd geparkeerd, te hard gereden? De meeste Nederlanders zijn dan wel zo sportief dat ze de boete betalen als ze zelf ook wel weten dat ze terecht aan het oor worden getrokken. Maar als de veronderstelde feiten betwistbaar leken? Dan zou je toch eerst naar de rechter moeten kunnen? En dan zou het openbaar ministerie toch eerst moeten bewijzen, dat de overtreding daadwerkelijk was begaan?

Beste mensen, wij allemaal met elkaar maakten er een puinhoop van. We stonden te vaak verkeerd geparkeerd. We reden te vaak te hard of we passeerden weer eens rechts als een ander te lang op de linkerbaan bleef hangen op de snelweg. Er was geen beginnen meer aan. Stelde de topambtenaar mr. A. Mulder vast.

Mulder was een rechtlijnige jurist uit Drenthe en was een lange periode (1965-1978) secretaris-generaal van het ministerie van justitie. Werd in de jaren zeventig bekend omdat hij de steun had van ‘zijn’ minister in een geschil met de toenmalige staatssecretaris Glastra van Loon. De staatssecretaris moest wijken, de secretaris-generaal bleef zitten. Uniek in de ambtelijke wereld. Mulder ‘heerste’ dan ook op dat departement. Hij verwierf er de bijnaam ‘IJzeren Kanselier’. Het leverde hem daarna nog vele jaren op als gerespecteerd lid van de Raad van State. In 1995 overleed hij.

Wie terugkijkt, ziet dat Mulder weliswaar ambtenaar was en bleef, maar ‘zijn’ politieke bazen vooral scherp en rechtlijnig adviseerde. Het werk moest af en dat was belangrijker dan het beantwoorden van de vraag of het werk wel paste in de regels van de rechtsstaat. Zo kon het gebeuren dat we, overigens na jaren van politiek beraad, toch een ‘Wet-Mulder’ kregen. Een wet, genoemd naar een topambtenaar, dat was uniek. Als een wet in naam al aan een persoon wordt gekoppeld, dan is dat meestal aan die van de betrokken bewindspersoon of een kartrekkend lid van de Tweede Kamer.

Kernbegrip van de Wet-Mulder is het begrip ‘bestuurlijke boete’. Die term is tegenwoordig heel normaal, sinds we de Algemene Wet bestuursrecht kennen. Die wet werd vanaf 1994 in stappen ingevoerd. Voor gewone mensen gelden ook daar de spelregels van de bestuurlijke boete. Eerst bezwaar maken bij het betreffende overheidsorgaan zelf, dan eventueel de boete betalen en pas daarna in beroep bij de bestuursrechter.

Het was vooral efficiënt. Maar dan voor het openbaar bestuur. Die zag zichzelf overspoelt met bezwaren en beroepen. Mulder zorgde met zijn innovatie rondom de bestuurlijke boete ervoor dat het stelsel ons niet boven het hoofd zou groeien. De gewone Nederlander raakte eraan gewend. Maar het voelt nog steeds alsof je machteloos staat tegenover een machtige overheid, die zich niet in de eerste plaats bekommerd om de spelregels van de rechtsstaat.

Er is wel debat over de Wet-Mulder. Maar die is niet sterk genoeg om snel en ingrijpend zaken te veranderen. Wij, journalisten, hebben ook (te) lang gezwegen. Maar sinds ik zelf een zaak heb gevoerd tot aan de kantonrechter, weet ik het weer. Waarom bemoeit het openbaar ministerie zich ermee als het niet zou gaan om een strafrechtelijke overtreding, maar om een bestuurlijke boete. Waarom is het zo dat zoveel bezwaarschriften zowel bij bestuursorganen als bij het openbaar ministerie strikt formeel worden afgedaan, zonder enig nader overleg met de betrokkene. Waarom kan de rechter als de aangevoerde feiten te bewijzen onjuist zijn, toch een boete handhaven, terwijl hij de beschikking van het OM vernietigt?

Wij thuis wisten niet dat we nog bungelden, toen we twee jaar na een, als onterecht beleefde, veroordeling door de rechter, eindelijk via een “betalingsoverzicht” te horen kregen, dat we niets meer hoefden bij te betalen en dat de zaak was afgedaan. Maar zo lang onze gekozen volksvertegenwoordigers niet piepen, zullen we vast blijven zitten aan deze uit rechtsstatelijke overwegingen dubieus te achten wet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here