Energietransitie: Politieke en economische realiteiten

Peter-Vincent Schuld

Kolencentrales moeten dicht volgens de experts.
Hoe gaan armere landen in de wereld om met het klimaatvraagstuk terwijl de eigen economie niet eens voorziet in het minimale levensonderhoud van mensen?

Wat hebben de klimaatdoelstellingen voor gevolg voor de economie?
Wat speelde er in de afgelopen weken?

Hoe ga je in internationaal verband afdwingen dat landen zich aan de klimaatafspraken houden als de betrokken landen zelf bestuurlijk of economisch niet volwassen zijn. Je kunt wel afspraken maken met andere landen middels verdragen maar dat betekent in de praktijk nog niet dat de afspraken worden nageleefd.

Tijd om weer eens opnieuw in het onderwerp te duiken.

We exporteren nog steeds onze oude, vervuilende en vervallen personenauto’s en vrachtwagens naar Afrika. Voertuigen die bij ons in de lage landen niet eens in de verste verte aan de emissienormen voldeden. Moeten die nationale overheden van die importerende landen belastingen op gaan leggen aan mensen die toch al geen cent te makken hebben. Uitvoerheffingen of uitvoerverboden bij ons? Hoe krijgen we het vervuilende wagenpark in deze landen schoon ? Is dit wel onze verantwoordelijkheid?

Dit zijn geen vaststellingen. Dit zijn vragen. Vragen waarop niemand, maar dan ook helemaal niemand een sluitend antwoord op kan geven.
Geen enkele wetenschapper, geen enkele politicus heeft nu eenmaal een absoluut afdwingend vermogen. Noch de Belgische premier Michel of noch de Nederlandse premier Rutte zelfs niet de Franse President Macron is in de positie om naar andere landen te gaan om te zeggen “ik wil dat u vanaf dag x geen enkel vervuilend voertuig meer op de weg heeft en dat uw landgenoten uitsluitend stoken op schone energie”.
Maar wie ooit in Afrika is geweest en met name de armere landen, ziet dat er een substantieel aantal oude barrels rondrijden die op de meest onmogelijke manieren aan elkaar hangen, nooit door de keuring ware gekomen en hier allang op de schroot waren terecht gekomen.

Zo werkt het eenvoudigweg gewoon niet.

Laten we eerst eens kijken naar de juridische kant. Elke overeenkomst, dus ook elk verdrag kent een juridische grondslag.

Aan de orde is het Akkoord van Parijs. Een verdrag. Een verdrag dat de opwarming van de aarde moet tegengaan.
Maar wat is de juridische status van een verdrag? Om dat te kunnen begrijpen moeten we naar het begrip “verdragsrecht”. Om precies te zijn naar het Verdrag van Wenen inzake het verdragsrecht van 1969. Ook wel het verdrag der verdragen genoemd. Een 48 jaar oud verdrag dat heden ten dage zo actueel is als maar zijn kan. In dit verdrag hebben deelnemende landen vastgelegd om het volkenrechtelijk gewoonterecht inzake verdragen tussen staten de kracht te geven van wet. Daarvoor moet het verdrag wel eerst ondertekend zijn en vervolgens zijn geratificeerd in het parlement van de deelnemende verdragsstaat.

Het interessante uit bovenstaand gegeven komt nog. Het verdrag der verdragen is niet dwingend van aard. Met andere woorden als de Republiek der Verenigde Bananen Bokky Wokky zich niet aan het verdrag houdt kan het Koninkrijk Verweggistan niet zomaar met het leger even binnen vallen om met de mitrailleurs gericht op het hoofd van het staatshoofd, beleefd doch dringend te verzoeken om zich aan de afspraken te houden. Het staat een staat vrij die het verdrag der verdragen heeft ondertekend om af te wijken van de regels. Bij een conflict tussen staten is het Internationaal Gerechtshof bevoegd om te oordelen en dan louter waar het de facto gaat om rechtsgeschillen, politieke geschillen vallen buiten de competentie van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Maar wat als een andere staat een verdict naast zich neer legt?

Dit in tegenstelling tot het gemeenschapsrecht dat geldt binnen Europese Unie waarbij regels wel afdwingbaar zijn door middel van de toezichthoudende bevoegdheden van de Europese Commissie en de rechtsprekende bevoegdheid van het Europese Hof van Justitie. Nu zult u misschien denken dat alle landen van de EU als brave kinderen het verdrag der verdragen hebben ondertekend. Maar niets is minder waar. Roemenië en jawel, Frankrijk hebben het bewuste verdrag niet ondertekend.

Terugkerend naar het Klimaatakkoord, lees verdrag, van Parijs. Deelnemende landen behouden altijd het recht om af te wijken of zelfs uit een verdrag te stappen zoals de VS deden.

Staten kunnen elkaar aanspreken op het niet nakomen van afspraken, maar daar houdt het ergens ook wel op.
Getoonde eensgezindheid op de politieke bühne is mooi, maar dat garandeert nog geen enkele haalbaarheid of realiteit.

Laten we het eens hebben over de economische realiteit. Laten we meteen maar eens beginnen met een praktijkvoorbeeld bij ons in de lage landen.

Tata Steel en de Duitse staalproducent ThyssenKrupp hebben aangegeven dat zij hun Europese staalproductie willen laten fuseren.
Staalproductie draagt substantieel bij aan de uitstoot van Co2. We hebben staal nodig. Goedkope staalproductie in onder meer China noopt Europese staalproducenten tot meer kostenefficiëntie. Het is van strategisch en economisch belang dat we onze Europese staalproductie niet voor 100% verliezen. Dat betekent in de praktijk dat het voor deze ondernemingen aantrekkelijk moet blijven om in Europa te blijven produceren. Doen we dat niet gaan de productiefaciliteiten onherroepelijk sluiten en verplaatsen deze zich naar elders in de wereld.
Het resultaat daarvan is een enorm verlies aan banen wat weer een aanslag vormt op onze uitgaven inzake de sociale zekerheid.

Massaal banenverlies en sluitende bedrijven leiden dus tot een enorme verhoging van de lasten van de overheid. Die moet naar verloop van tijd de werkloosheidsuitkeringen betalen. De Nederlandse minister Wiebes van Economie en Klimaat kampt dus met een enorme kloof tussen enerzijds de economie stimuleren en anderzijds de klimaatdoelstellingen te halen. Dan hebben we het alleen nog maar over Nederland. Het bedrijfsleven nog zwaarder gaan belasten voor de uitstoot die ze veroorzaken is dus ook niet de oplossing om tot financiering van de klimaatdoelstellingen te komen.

De afgelopen weken besteedden we regelmatig aandacht aan de fiscale consequenties in Nederland en België voor de burgers met betrekking tot het bijdragen aan de klimaatdoelstellingen. Maar ook bij de burgers is er op een zeker moment de rek uit.
Dat gaat verhoudingsgewijs om veel kleinere bedragen dan in het bedrijfsleven, maar ook dat is nu eenmaal een realiteit.

Naast verhogingen van de energiebelastingen in de komende jaren, worden de Nederlandse huishoudens ook nog een geconfronteerd met een verhoging van de zogeheten transportkosten van energie. Dat zijn de kosten om gas en elektriciteit bij u in huis te brengen.
Gemiddeld zullen de kosten per huishouden 12 tot 13 euro per jaar gaan stijgen.

aardgasleiding-delft
Vernieuwing aardgasleiding in Delft (c) Peter-Vincent Schuld

Waar zit die prijsstijging in? Omdat het gebruik van de infrastructuur duurder wordt? Ja, inderdaad. Wie of wat veroorzaken die prijsstijgingen?
De lagere overheden, de gemeenten. Gemeenten heffen belastingen, precariorechten genaamd op ondergrondse leidingen in gemeentegrond.
Gemeenten brengen die belasting in rekening bij de Nederlandse netbeheerders zoals Stedin, Joules en Enexis en berekenen deze weer door aan de afnemers. Aandeelhouders van deze netbeheerders zijn…inderdaad de gemeenten. Dus naast eventueel dividend op het bedrijfsresultaat van deze netwerkbeheerders en de boekwaarde van deze bedrijven wordt er ook nog eens precariobelasting geheven ter financiering van de gemeentelijke werking en eventuele gemeentelijke tekorten. De vraag stelt zich echt of de deze verhoging wel noodzakelijk is en het niet gewoon te wijten is aan een onbetamelijke geldhonger.

Laten we even terug gaan naar de Nederlandse landelijke overheid.

De Nederlandse overheid trekt in 2018 gelijk als in 2017 maar liefst 12 miljard euro uit voor het subsidiëren van de productie van duurzame energie. Dat is een enorm bedrag. Deze regeling heet SDE+ (Stimulering Duurzame Energie -red). Deze regeling is bestemd voor ondernemers, non-profit organisaties en instellingen. De regeling is bedoeld om het energieverbruik minder afhankelijk te maken van fossiele brandstoffen. U moet dan denken aan zonne-energie, windenergie, waterkracht, geothermische energie en biomassa.

Twaalf miljard voor verduurzaming van energie. Dat lijkt een hele berg met geld en het is een hele berg met geld. Om u even een idee te geven; in 2016 raamde het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek de te verwachten uitgaven van de overheid voor de zorg in 2018 op 120 miljard euro (bron CBS.nl) . Dus 12 miljard euro voor de verduurzaming van de energievoorziening. Feitelijk wordt dit geld in de Nederlandse economie gepompt, weliswaar met een zekere doelstelling. Maar deze financiële stimulering draagt ook bij aan het verlichten van de pijn van bedrijven en instellingen die geleden wordt door de transitie naar duurzame energieopwekking. Elke transitie brengt nu eenmaal kosten met zich te weeg. Het is onverstandig om bedrijven te confronteren met een hoop oplopende kosten omwille van een grootschalige omschakeling, zonder deze bedrijven hiervoor op enige wijze te compenseren. Immers de bedrijven vormen wel de motor van onze economie. Ook deze realiteit dient onder ogen gezien te worden. Voor de nationale overheid is het altijd een kwestie van een balans zoeken en zorgen dat de continuïteit van onze economie en samenleving niet onder druk komt te staan.

interconnector
Aankomstplaats en pompstation aardgasleiding in Zeebrugge, België (c) Peter-Vincent Schuld

Opeens gebeurt er iets wat op het eerste zicht moeilijk te verklaren is. Gelet op het feit dat gasgestookte energiecentrales een stuk schoner zijn dan kolengestookte energiecentrales en we in onze samenleving toch een zekerheid moeten hebben dat er elektriciteit uit het stopcontact komt is het gebruik en de bouw van gasgestookte elektriciteitscentrales aan te bevelen. De Belgen maakten hier al aanhoudend gewag in hun energieplannen voor de toekomst waarbij leveringszekerheid van elektriciteit steevast een punt van aandacht was. Immers de Belgen hebben al een aantal keren te maken gehad met een zeer krappe reserve waarbij doemscenario’s over energietekorten tot de realiteit behoorden.

Toch kondigde Siemens aan dat zij haar fabriek in het Oost-Nederlandse Hengelo, alwaar gasturbines geproduceerd worden, te gaan sluiten.
De gegeven reden die gecommuniceerd werd, was dat er een terugloop zou zijn te verwachten in de afname van hun turbines in een tijdperk waarin de vraag naar fossiele brandstoffen zoals aardgas zouden afnemen. Maar dat rijmt niet met o.a. de doelstellingen van de Belgen om juist meer gasgestookte centrales te bouwen.

siemens-production-facility
Fabriek van Siemens te Hengelo, Nederland waar gasturbines voor elektriciteitscentrales geproduceerd woren
(c) Peter-Vincent Schuld

Bij het zoeken naar onafhankelijke antwoorden op die vraag stuitten we op een column van Sible Schöne, directeur van het Nederlandse klimaatbureau Hier te Utrecht die hij publiceerde op de website energiepodium.nl. De kop van zijn column was veelzeggend en luidde “Sluiting Siemensfabriek staat haaks op energietransitie”.

Schöne gaat verder en stelt in zijn column dat de sluiting eerder ten gevolge is van de stagnerende energietransitie en dat met namen in Duitsland.
Wat opvalt aan de bevindingen van Sible Schöne is dat hij de energietransitie beredeneert vanuit realistische en haalbare scenario’s.

Sible stelt dat “veel mensen zich niet lijken te realiseren dat gascentrales onmisbaar zijn in een in een elektriciteitsvoorziening waar wind en zon centraal staan”.

Zijn daaropvolgende redenering dat het niet altijd waait en dat zonnepanelen niet voldoen aan de behoefte op het moment dat de vraag naar elektriciteit het grootste is snijdt hout. De continuïteit in de energievoorziening is onontbeerlijk in een (digitale) samenleving die eenvoudigweg niet zonder elektriciteit kan.

cole-in-eschweiler-property-of-rwe
RWE Kolencentrale te Eschweiler, Duitsland (c) Peter-Vincent Schuld

Schöne stelt vervolgens dat de lage Co2 prijs in met name Duitsland en België, dus de som die betaald wordt om onder meer Co2 te mogen uitstoten (emissierechten) veel te laag is (onder de 10 euro per ton C02). Daardoor blijft het voor elektriciteitsproducenten voordelig om kolen te stoken bij de elektriciteitsopwekking. Daarbij stelt Schöne dat de werking van de elektriciteitsmarkt ook niet meehelpt. Schöne stelt in zijn stuk dat de prijs elektriciteit zo ongeveer drie cent per kilowattuur bedraagt en dat de totale kosten van kolencentrales, gascentrales en windparken ongeveer het dubbele bedragen. Schöne stelt vervolgens dat dit in Nederland bij zonne-energie en windenergie weer wordt goed gemaakt door de subsidies (SDE+) en vervolgens stelt Schone “waardoor er nog nieuwe investeringen plaatsvinden” (waar we hier al eerder over in dit stuk spraken red) . “Fossiele opwekking draait op verlies”. Tenslotte verwacht Schöne dat gelet op het feit dat de marginale kosten van wind- en zonne-energie zowat nihil zijn en stroomprijs zal dalen, waarbij Schöne zich baseert op het oordeel van deskudigen. Schöne concludeert dat “in een dergelijke situatie niemand gascentrales zal bouwen, zelfs niet als er over 10 tot 15 jaar problemen ontstaan met de leveringszekerheid”.

Kortom het klimaatvraagstuk kent dus nog veel meer aspecten waar veel mensen aan voorbijgaan. Vast staat de de Belgen in 2015 al genoodzaakt waren vanwege een nijpend energietekort om elektriciteit in te kopen in Nederland en in Frankrijk, alwaar elektriciteit nog veelal opgewekt wordt in een reeks van atoomcentrales. Ook de waterkrachtcentrale bij het Meer van Gileppe, de stuwdam waar water opgevangen wordt uit de Hoge Venen in de provincie Luik kon met haar beperkte vermogen van 3.300.000 kwu de vraag naar elektriciteit niet opvangen.

Siemens is overigens niet de eerste onderneming die aangaf te snijden in de energiebusiness. Ook ‘s-werelds grootste producent van gasturbines General Electric (GE) kondigde aan 12.000 banen te gaan schrappen bij haar energiedivisie. Dit zou moeten leiden tot een kostenreductie van om en nabij 1 miljard euro. Ook GE geeft de “moeilijke marktomstandigheden in de kolen- en gasindustrie op”.

Toch is het niet allemaal kommer en kwel in de energieindustrie. Het Nederlandse offshorebedrijf SBM Offshore verwierf de opdracht van het Noorse Statoil om een bijzondere afmeerinstallatie te bouwen voor het Johan-Catsberg Olieveld in de Barentzzee. Het betreft een constructie op de bodem van de zee waaraan schepen verankerd kunnen worden.

De klimaatproblematiek en de energietransitie laat de energie-industrie dus niet onberoerd. Het wereldwijde concern Exxon Mobil kondigde aan een onderzoek uit te laten voeren naar de effecten van de klimaatproblematiek op haar bedrijfsvoering. Dit na onder meer aandringen van de aandeelhouders. Elke onderneming die actief is in de olie- en gasindustrie heeft te maken met veranderende regelgeving, businessactiviteiten die onder druk komen te staan, maar ook met mogelijk waardedalingen en afschrijvingen op olievelden, pijpleidingen en zelfs raffinaderijen. De aandeelhouders willen graag weten waar ze aan toe zijn. De kans bestaat dat hun aandelen in waarde zullen dalen. Exxon Mobil zegt achter de klimaatdoelstellingen te staan maar gaf tot op heden geen openheid van zaken over haar visie en de effecten op de bedrijfsvoering en werd een gebrek aan transparantie verweten.

Economieën ervaren in toenemende mate de maatschappelijk druk om tot verandering te komen. Deze druk wordt ook opgevoerd door financiële instellingen. ING Bank maakte deze week bekend dat zij geen energiebedrijven meer financieren die voor meer dan 5 % afhankelijk zijn van kolen.
ING was niet de enige financiële instelling die deze maatregel bekend maakte. Ook de Wereldbank, een internationale organisatie en onderdeel van de Verenigde Naties met 189 deelnemende landen die zich bezig houdt met het financieren van ontwikkelingssamenwerking en armoedebestrijding, maakte bekend dat zij met ingang van 2019 de financiering staakt van olie- en gasprojecten.

De Wereldbank maakt een uitzondering voor landen waarbij er substantiële voordelen aan toegang tot deze energiebronnen zit voor de arme medemens in onderontwikkelde landen. Aan de andere kant moet de energiewinning wel in lijn zij met de manier waarop het betrokken land met de afspraken omgaat die zijn gemaakt in het kader van de klimaatdoelstellingen zoals deze zijn vastgelegd in het Akkoord van Parijs.
De Wereldbank in nauw betrokken bij de energietransitie en is actief als internationale organisatie gesprekspartner en financieringspartner in het behalen van de klimaatdoelstellingen in onderontwikkelde landen.

Toch stelt zich de vraag of het staken de financiering van gaswinningsactiviteiten in dit soort landen wel verstandig is. Immers gas speelt zoals eerder een belangrijke rol in de energietransitie en kan daarmee ook een economische bevorderen van het betrokken land.

Over financiering gesproken; de verduurzaming van het wereldwijde energieverbruik kent nog een aspect. Op de klimaatconferentie van Kopenhagen in 2009 werd afgesproken dat de rijke industrielanden zouden helpen bij de strijd tegen de opwarming. Sommige NGO’s zouden graag willen dat betrokken landen zoals Nederland en België daar extra geld voor uit zouden trekken naast de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking. Het maatschappelijk draagvlak daarvoor is in de lage landen zeer beperkt. Immers nog meer geld voor het klimaat “elders ter wereld”, afkomstig van de Belgische en Nederlandse belastingbetaler zal op veel weerstand stuiten. Bij de burger maar ook op de departementen van Buitenlandse zaken bestaat nog steeds heel veel angst dat gelden bestemd voor ontwikkelingssamenwerking in verkeerde zakken terechtkomt in landen waar de lage welvaartsstandaard en corruptie hand in hand gaan. Die angst wordt deels ondervangen door projecten direct te ondersteunen, maar helemaal uitsluiten kun je het nooit.

Andere vragen die zich stellen hebben betrekking op het bestuurlijk en politiek niveau en of er de wil en de competentie is om tot daadwerkelijke veranderingen te komen. Immers de middelen tot “afdwingen” zijn en blijven beperkt. Is er geen instabiele politieke situatie of ontstaat er geen instabiele situatie waardoor er andere zorgen ontstaan. Ik kan mij zo voorstellen dat in Jemen, Syrië en Irak wel andere prioriteiten bestaan. Bovendien hebben deze landen baat bij een stijgende olieverkoop om de reconstructie van die landen te financieren te komen als de gevechten eenmaal tot een einde zijn gekomen. Deze vraag blijft niet beperkt tot landen waar er nu onrust heerst.
Gaan in Kosovo in 2030 ook de kolencentrales dicht zoals voorgenomen is in Nederland?
Produceert en levert het Cambodjaanse elektriciteitsbedrijf dan ook alleen maar duurzame energie?

Over een twaalftal jaren zullen we het weten en over 12 jaar weten we ook hoe we het in de lage landen er van afgebracht hebben.
Bij leven en welzijn zal uw verslaggever het dan komen vertellen.