Ex-CDA politicus Bert de Vries wil de Euro opbreken, maar het voelt aan als verraad.

0
920
Frankfurt, Duitsland, zicht op de ECB aan de vooravond van de invoering van de Euro, de meter geeft aan hoeveel tijd er nog resteert alvorens we zouden overschakelen naar de euro Foto: © Peter-Vincent Schuld

door Koos van Houdt

Toen was daar pal na Hemelvaartsdag opeens Bert de Vries terug in het nieuws. De Vries is zo’n politicus die ik praktisch mijn hele journalistieke bestaan ben tegengekomen. De Vries is net als ik afkomstig uit de provincie Groningen en uit dezelfde kerkelijke denominatie.

toenmalig Nederlands minister van Financiën, Onno Ruding in zijn latere bestaan als ceo bij Citibank in Brussel, België
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Van hem heb ik in de vroege jaren van mijn journalistieke bestaan veel geleerd. Vooral als het om de cijfertjes achter het beleid van de overheid ging. Zo herinner ik mij een soort van college op zijn werkkamer aan een kleine groep journalisten toen hij als fractievoorzitter moest beoordelen of de toenmalige minister Onno Ruding (ook CDA en minister van financiën in de eerste twee kabinetten-Lubbers) het juiste beleid voerde toen de rijksbegroting een tekort vertoonde van ruim boven tien procent!


Het was in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Vanwege een economische crisis rond 1980 was het tekort van de overheid weer eens uit de hand gelopen. Net zoals we nu meemaken, maar met een hele andere oorzaak. Zouden we als Nederland, dat nog veel minder dan nu aan allerlei Europese afspraken was gebonden, de zaak draaiende kunnen houden? Toenmalig premier Ruud Lubbers koos een aanpak, die we nu nog kennen als ‘no-nonsense’. Ieder jaar een procent eraf van dat tekort, was de doelstelling. Minister van financiën Ruding hield zich nauwgezet aan die zogenaamde ‘éénprocent-operatie’.

Rond 1990, toen de doelstellingen voor de Economische en Monetaire Unie en de invoering van de euro werden geformuleerd, kon Nederland daarom ongehinderd meedoen.

Rotterdam, Nederland : Bord ABP
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Ook Bert de Vries stelde ons tijdens dat gratis college ergens in de jaren tachtig gerust. Hij kende alle krochten en riolen van het financiële beleid. Hij leerde ons dat Nederland zich geen grote zorgen hoefde te maken. Want tegenover het tekort en de bijbehorende lasten van rente en aflossing op de rijksbegroting stond een bijzonder potje: de premies van het pensioenfonds ABP voor ambtenaren. Een luxe spaarpotje dat geen enkele andere lidstaat van de Europese Unie op die manier in het leven had geroepen.

Zo lang het ABP in staat was die premies goed te beleggen – en dat was toen het geval – zou er voldoende publiek geld zijn om de rijksbegroting rond te krijgen. Want – de truc – de beleggingen van het ABP bestonden voor een groot deel uit het opkopen van de staatsleningen. Zo hoefde de staat niet zelf de pensioenen voor de ambtenaren op de begroting te zetten en was bovendien de rente op de staatsleningen goed te financieren.

Jongeren mee laten betalen voor de staatsschulden die hun (voor)ouders hebben opgebouwd? Op de foto jongeren achter de bar in disctheek in St, Kathelijne-Waver
Foto: © Peter-Vincent Schuld


Het is niet dat Bert de Vries onbesuisd was. Maar hij rekende veel beter dan de meeste anderen door. Zijn theorie daarover is terug te vinden in zijn vorige boek Overmoed en onbehagen (2005). Vooral in hoofdstuk 4 van dat boek rekent en tekent hij voor waarom staatsschuld in morele zin geen probleem is. Kern: Het is toch niet erg dat jongeren een deel ervan voor de kiezen krijgen als de ouderen al heel veel aan voorzieningen hebben gerealiseerd, waarvan de jongeren later ook profiteren?

In dat hoofdstuk schetst De Vries allerlei berekeningen en politieke valkuilen rond de spelregels die we kennen voor het Europese begrotingstekort. De lidstaten zouden goed kunnen leven met een jaarlijks tekort van ongeveer 2,4%. Dus onder de afgesproken norm van 3%. Maar dan loopt dat tekort bij elk zuchtje tegenwind verder op tot ver boven die afgesproken grens. Dus als je uitgaat van 1,0% overschot, heb je de diepe zakken beschikbaar, waarmee in de huidige Corona-crisis zittend minister Wopke Hoekstra (financiën) zijn noodfondsen kan betalen.

Wim Duisenberg, de eerste president van de Europese Centrale Bank presenteert de Eurobiljetten voorafgaande aan de invoering in het gebouw van de ECB in Frankfurt, Duitsland
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Hoe dan ook, zowel Nederland als de Europese Unie als geheel zaten er in maart voldoende gezond bij. Ten minste volgens de soms onnavolgbare berekeningen van Bert de Vries. Dus als hij zich nu in een debat stort, dat inmiddels veel meer op Europees dan op nationaal niveau wordt gevoerd, dan zou je denken dat hij iets zou bedenken dat lijkt op deze opvattingen. Zo van: Wees niet bezorgd, mensen. We kunnen het betalen. Immers, De Vries was als minister van sociale zaken in het kabinet-Lubbers III en met Wim Kok en Koos Andriessen een geducht economisch gevormd trio, dat wist wat het deed bij het verantwoording nemen voor de euro in het Verdrag van Maastricht.


Nu blijkt dat Bert de Vries ook maar een gewoon mens is. Hij herinnert zich naar eigen zeggen dat hij toen wel vond dat er risico’s werden genomen. Maar hij herinnert zich kennelijk niet dat de euro ook een project met stevige politieke elementen was en is. De risico’s die de Europese Centrale Bank neemt, stijgen hem boven het hoofd. Misschien niet ten onrechte. Maar het middel zelf, opkopen van staatsleningen, past in zijn vroegere theorie. Gaat het nu mis, dan gaat het evengoed mis wanneer de euro weer is terug gedraaid naar nationale munteenheden.

Oud Nederlands Europees commissaris Hans van den Broek en partijgenoot van Bert de Vries (CDA) bekijkt de tenstoonstelling over de Euro, 3 jaar voordat de munt werd ingevoerd in het oude gebouw van de Europese Commissie te Brussel, België
Foto: © Peter-Vincent Schuld


Ook herinnert De Vries zich niet dat het afschaffen van de euro niet alleen in monetaire zin een gevaarlijke stap is, maar dat daardoor verdragsmatig de hele Europese Unie uit elkaar valt. Dat is anno 2020 meer dan risicovol. Het is gevaarlijk in een geopolitieke omgeving, waarin de lidstaten naar een zeer recent woord van de Duitse bondskanselier Angela Merkel het zonder Europese Unie absoluut niet meer redden in een grote, boze buitenwereld. Precies daarom voelt de opvatting van Bert de Vries als verraad. En hij heeft zelf in eerdere uitspraken de argumentatie voor dit oordeel gegeven.