Kritiek en zelfkritiek zijn onontbeerlijk in het journalistieke vak

0
246
Op de foto, uw hoofdredacteur Peter-Vincent Schuld Foto: Christel Dubos / Schuld

door Peter-Vincent Schuld

Laten we eerlijk zijn en laten we eerlijk blijven. Het stuk dat we deze week brachten over het gegeven dat de Nederlandse minister De Jonge geen 1,5 ,meter afstand hield tot drie kinderen oogstte wat kritiek. Onder meer van een gewaardeerd collega die werkzaam is voor een ander gerenommeerd medium. Hij stelde dat afstand houden tot kinderen tot 12 jaar geen punt was en niet is verboden. Ik bracht daar onder meer tegenin “hoe zijn we zeker dat een of meerdere kinderen uit het groepje niet de leeftijd van 12 jaar hadden bereikt?”.


Toch heeft mijn collega ergens een punt. De kop “Keiharde feiten: NL MInster De Jonge heeft lak aan corona-maatregelen” had wellicht anders gekund of anders gemoeten. Ik trek mij dit soort kritiek echt wel aan. Je probeert het beste te doen voor je lezers. Met deze kritiek die ik kreeg kan ik dagen in mijn hoofd rondlopen, zeker omdat er een kern in zit waarover je moet nadenken en bij jezelf te rade gaan.

Ik schreef al eerder, in een “Avonddenker”, in een opiniestuk of zelfs in een analyse kan ik ver gaan, maar in deze is toch wat introspectie noodzakelijk. Het betrof immers een nieuwsverhaal.

In ons vak vind ik de “factoren “eerlijk” en “naar eer en geweten” toch wel de primaire pijlers. Kritiek krijgen is goed, het houdt je scherp. Je mag nooit de arrogantie hebben om te denken dat je als journalist en/of hoofdredacteur “onfeilbaar” bent.  Ik wil niet vanuit een ivoren toren mijn vak uitoefenen.


Het herinnert mij aan gisterenavond. We waren weer bezig om het menselijk gedrag in corona-tijden te observeren. Ik was in gesprek met een Marokkaanse wiskundeleraar, die hier in Spanje zijn brood verdient als straatverkoper van allerhande goederen. Een vriendelijke man. De man had teveel om in één keer aan mij  te vertellen. Elk antwoord op een vraag deed bij mij weer bij wijze van spreken 100 andere vragen oproepen. Zijn antwoorden op tal van vragen betreffende evenzoveel thema’s noopten me om even de perspectieven te verschuiven. Met het verschuiven van perspectieven genereer je meer ruimte tot het krijgen van inzichten en antwoorden op vragen. Je moet je werk zonder vooroordelen uitvoeren.

Het deed mij ook meteen denken aan een uitzending op de Spaanse televisie waarin een journalist een kritische arts, die vanuit zijn professie vraagtekens stelde bij de rigide corona-maatregelen, voortdurend onderbrak en de arts niet liet uitspreken. De journalist in kwestie was duidelijk bevooroordeeld. Gemiste kans en een onzuivere vorm van journalistiek. De arts raakte terecht geagiteerd en de mogelijkheid voor de kijker om kennis te nemen van andere inzichten liep volledig spaak.

Nu ben ik blij dat collega’s mij ongezouten hun mening even, gevraagd of ongevraagd. Uiteindelijk dienen we het gedeelde en dus het zelfde belang .

Maar dan moet het vak journalistiek wel een roeping voor je zijn en niet alleen een “job”. Het biedt ruimte voor discussie, introspectie en uiteindelijk is de lezer of kijker erbij gebaat.

Nu moet mij van het hart dan mijn eigen redactieteam mij ook op alles kan aanspreken en dat we over alles overleggen. Wat zou ik zonder mijn goede collega’s toch moeten beginnen.