De Dagdenkers: Lokale heersertjes

0
773
peter-vincent-schuld
Op de foto Peter-Vincent Schuld © Christel Dubos/Schuld

De Dagdenkers: Lokale heersertjes

Peter-Vincent Schuld

Kent u ze? Die lokale types die een of andere bestuursfunctie bekleden in een vereniging en die meteen denken dat ze belangrijkheid zelve zijn? Die zich vervolgens, zwelgend in hun eigen (on)”belangrijkheid” met hun meest gemaakte vrolijke gezicht naar voren wurmen als de media verslag komen doen over wat ze uitspoken.

Ik zie uw grijns al op uw gezicht verschijnen. Vaak zijn het mensen die in het normale leven geen duvel bereikt hebben dan wel onder de slof van hun baas en /of partner hebben gelegen.

Een soort van moderne lijfeigenen die hun schier nutteloos bestaan projecteren op de organisatie waarin ze actief zijn en hun vrijwilligersfunctie omkleden met opportunistisch pluche.

Bij mij in het Spaanse Javea hebben we ook zo’n figuur. Een Zwitser met het uiterlijk van een mislukte schlagerzanger en de charme van een rolluik. Zo eentje die voor zijn overlijden reeds permanent gebalsemd is en wiens haren voortdurend in een “zie je me staan ?’-scheiding” liggen.

Natuurlijk voorzien van een “Village People snorretje”, dus het zou zo maar kunnen zijn dat meneer in de avonduren heimelijk zijn zwarte lak-lederhosen met kettingen aantrekt voorzien van een makkelijk te openen sluiting aan de achterzijde. Het zou me niks verbazen. Het mag van mij allemaal. Leve de vrijheid!

Als journalist kreeg en krijg ik al regelmatig met dat soort types te maken, in de aanpak van auteursrechtinbreuken kreeg ik ermee te maken en in mijn voormalig charitatief bestaan als vrijwillig brandweerman bij het bos- en natuurbrandweerkorps in Javea kreeg ik ook met zo’n, naar mijn mening, halve gare te maken.

De persoon waar ik het nu met u over heb is voorzitter (president) van de ISVH, Erich B. heet het geval. Een vereniging van buitenlandse huiseigenaren op de Balcon al Mar in Javea met een klein brandweerkorps ten dienste van de gemeente . Al vanaf het eerste moment dat ik die vent zijn kop zag had ik al zo iets…… “vandaag of morgen ga ik dat ego van jou zo klein maken als een afbreekbaar micro-organisme”.

Met veel toewijding en plezier bestreden we bosbranden, containerbranden en kwamen we tussen bij wateroverlast en andere incidenten.

Er was voortdurend sprake van wrevel tussen het onder deze club ressorterend vrijwillig brandweerkorps en het bestuur. Maar er werden voortdurend over en weer reetjes gelikt, achter de schermen werd de Zwitser in kwestie naar de hel gewenst, maar iedereen zwichtte voor hem als het er op aan kwam. Dat hypocriet geouwehoer is dus niet aan mij besteed. Oorlog lag op de loer.

Met zijn neus 90 graden in de hoogte gericht, zijn witte glimmende bordeelsluipers met kwastjes en goudkleurige kleine kettinkjes aan zijn poten organiseerde hij zuipfestijnen en vreetbijeenkomsten bij de vleet waarop mensen afkwamen die niets anders te doen hadden dan vanuit hun pre-mortaal bestaan gezellig roddelen over alles in de buurt. Het kwam mij al geruime tijd mijn strot uit, maar het tussenkomen bij incidenten, het helpen van mens en dier, daar lag en ligt mijn hart. Helpen geld inzamelen om het korps te laten functioneren…. dat was leuk.

Om de sfeer niet te verzieken probeerde ik aanvankelijk gesprekken met dit onnozel figuur op gang te brengen. Ik attendeerde meneer betweter op van alles hoe we beter konden presteren. Het mocht niet baten, de “Führer van de Balcon Al Mar” had zijn eigen visie, die handelde alsof deze urbanisatie een Zwitsers-Duitse enclave in Spanje was waar de Spaanse autoriteiten niks te zeggen hadden en zulks verklaarde B. ook glashard tegen mij.
Dat we operationeel onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vielen kom er bij B. niet in.

Elke gelegenheid pakte hij aan om met zijn gladde uitgestreken gezicht in de lokale media te komen. Borst vooruit, neus in de lucht en snikkel omhoog,
“Ich bin der President von der ISVH”, ik heb het hem talloze malen horen zeggen waarbij telkenmale zijn ego groter werd dan de Middellandse Zee.
Maar de inhoud was en bleef water, gelijk de zee.

Ik kreeg steeds een grotere hekel aan het spul. Bezopen achter het stuur kruipen, geruchten over brandstichting door een figuur uit eigen brandweer-gelederen en een Duitse oud-brandweercommandant Rainer F. die doodleuk verklaarde dat Hitler toch gelijk had gehad. Tot ik dorstte mijn ongenoegen over het functioneren van een lokaal vrijwillig brandweerkorps eens inhoudelijk te bespreken met een plaatselijke en bevoegde wethouder, die uiteindelijk het vertrouwelijk karakter van ons gesprek schond. Er was gelekt naar Erich B. Ik heb wel zo’n vermoeden door wie. Op dag x kwam meneer naar buiten, buik vooruit, snorretje recht en ik zag in zijn blik dat hij mij graag de les wilde spellen. “Dat gaat hier niet door”, dacht ik zo, waarop ik niets anders kon doen dan hem ten overstaan van alle bestuursleden en de lokale politie op een militaire manier finaal de mantel uit te vegen alsof hij het eerste mallotige korporaaltje was die er rondliep. Eindigend, met “U kunt gaan, ingerukt, wegwezen, uit mijn ogen” eindigde ik mijn scherp en afblaffend betoog. Bij de brandweer moet je elkaar over de hele linie blindelings vertrouwen. Dat vertrouwen was geschaad in mijn ogen. Doei!
Ik heb toch zo’n hekel aan die lokale heersertjes met nul en generlei importantie.