Sociaal Europa: EU wil een wettelijk minimum loon in alle lidstaten

0
555
Havenarbeider in de Haven van Antwerpen, België Foto: © Peter-Vincent Schuld

door Koos van Houdt

Wettelijk minimumloon goed voor gezonde economie

Stel, je bent meubelmaker en hebt een bedrijfje waarin mooie stoelen en banken worden gemaakt. Het gaat zo goed dat je ook in Duitsland, Oostenrijk en Letland een markt kunt opbouwen. Alleen, ook in die landen zijn meubelfabrieken, die hun spullen aan de vrouw of man willen brengen. Het zijn concurrenten. Wie maakt de meeste kans op afzet? Dat hangt niet alleen van de kwaliteit af, maar ook van de prijs.

Zithoek in het gebouw van de Europese Raad in Brussel: Iedere lidstaat kreeg onder het het Nederlands voorzitterschap het verzoek een afzonderlijk zitmeubel te leveren
Foto: © Peter-Vincent Schuld

In die prijs zijn allerlei kosten verwerkt. Bedrijven die voor hun personeel ten minste een in dat land geregeld wettelijk minimumloon betalen zijn slechter af, dan bedrijven die hun lonen lager kunnen houden. Dat is ongewenst wanneer je economisch actief bent op een gezamenlijke Europese interne markt. Het lijkt daarom voor de hand te liggen om voor de wettelijke regeling van een minimumloon een Europese wet te maken. Dan zijn al die Europese bedrijven aan dezelfde kosten gebonden. Wel zo eerlijk. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Toch is de Europese Commissie ermee aan de slag. Daarover de volgende uitleg.

Het is een iconisch plaatje uit december 1992. Op de oevers van de Maas bij het Limburgs Gouvernement in Maastricht laat de Britse premier John Major zich ondervragen door de BBC. Aanleiding: in de nacht ervoor is in politieke zin de tekst geschreven voor het Verdrag van Maastricht. Major roept trots in de camera: “Game, set and match for Britain”.

Voormalig Brits premier (Labour), Tony Blair op een Europese top in Kopenhagen
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Major trok daar in Maastricht één van de bekende Britse rode lijnen voor samenwerking binnen de Europese Unie: geen Europees sociaal beleid. Zijn veto op dat punt leidde ertoe dat de elf andere lidstaten van dat moment een afzonderlijke bijlage over dat beleidsveld vaststelden: The European Charter for Social Policy. Toen Tony Blair namens Labour in mei 1997 de verkiezingen had gewonnen, was zijn eerste Europese daad om tijdens een ingelaste Europese Raad in het vermaarde Huis ter Duin in Noordwijk alsnog de Britse handtekening onder dit Charter te zetten.

Sociale onrust bij het coatingbedrijf Sigma in Manage, België waar eerder deze eeuw, waar arbeiders hun directie in hun kantoren gijzelde. F
oto: © Peter-Vincent Schuld

Inhoudelijk stelde dat handvest maar weinig voor. Het kwam er ongeveer op neer dat wanneer de Europese vertegenwoordigende instellingen van werkgevers en werknemers ergens overeenstemming over wisten te bereiken, de Europese wetgever bereid zou zijn daar voor de elf een wettelijk stempel op te drukken. Zo ontstond ooit bij voorbeeld het fenomeen van een Europese ondernemingsraad in bedrijven met vestigingen in meerdere lidstaten.

Europa moet er ook zijn voor de “gewone mensen” zoals deze havenarbeiders die een schip met bananen lossen in de haven van Antwerpen, België
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Symbolisch was deze besluitvorming wel. Wanneer de Europese Unie meer zou willen zijn dan een economisch raamwerk voor de grote ondernemers, dan zou er werk gemaakt moeten worden van meer politieke doelstellingen. Geen echte Politieke Unie. Wel allerlei aanzetten daartoe. Eén ervan was de gedachte dat de Europese Unie er ook zou moeten zijn voor gewone mensen. Dus zouden op de inmiddels tot stand gekomen Europese interne markt ook sociale correcties van overheidswege mogelijk moeten zijn.

Een kamelenneusje van een kameel die ook moet werken in Corallejo, Fuerteventura, Canarische Eilanden, Spanje
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Uit de politieke handboekjes kennen we de theorie van de kameelneusjes. Je begint met iets dat heel klein lijkt en dus voor iedereen nog net aanvaardbaar. Dat is dat leuke kameelneusje dat door het behang heen prikt. Zo was het met dat sociale beleid. Heel lang bleef verborgen dat achter dat neuspuntje een complete kameel met twee grote bulten op de rug zat. Het sociale beleid, dat was aan de lidstaten. Daar zou de Europese Unie zich verder niet mee bemoeien.

De voormalige voorzitter van de Europese Unie Jean Claude Juncker op een Europese Top in Brussel, België Foto: © Peter-Vincent Schuld

Maar toen trad na de Europese verkiezingen van 2014 team-Juncker aan als nieuwe Europese Commissie. Jean-Claude Juncker zette zich persoonlijk ervoor in dat het Europese Sociale Beleid er kwam. Zeker toen de Britten in juni 2016 voor uittreden stemden, was Juncker er als de kippen bij om de Europese Pijler voor Sociaal Beleid aangenomen te krijgen.

Iedereen telt mee in de Europese Unie volgens de Europese Commissie, ook de mensen in de bouw en de techniek zoals deze installateurs op het terrein van Friesland-Campina in Veghel, Nederland
Foto: ˙© Peter-Vincent Schuld

Dat lukte. Zelfs zonder al te veel weerstanden. Dat gewone mensen binnen de Europese Unie zouden moeten meetellen, was na de schok van de Brexit voldoende doorgedrongen. Op een speciale Europese Raad in november 2017 in het Zweedse Stockholm werden plechtig de handtekeningen van de regeringsleiders onder deze pijler gezet. Daarmee werd een sociale bodem in de interne markt gelegd. Individuele lidstaten mogen, zoals dat zo mooi heet, “verder gaan”.

Gelijke rechten voor man en vrouw in de werkomgeving: Op de foto een vrouw op een vorkheftruck in Albatera, Spanje
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Er is nu een lijst met twintig aandachtspunten voor een steviger Europees sociaal beleid. Die staan in een drietal hoofdstukken. Een eerste hoofdstuk bevat gelijke rechten op de arbeidsmarkt, zoals recht op beroepsonderwijs, gelijke kansen voor mannen en vrouwen en voor etnisch verschillende mensen, gelijk loon voor gelijk werk en actieve ondersteuning bij het zoeken van een baan.

Bouwvakker met helm en gehoorbescherming in Antwerpen, België Arbeidsomstandigheden maken deel uit van de de drie pijlers van de EU.
Foto: © Peter-Vincent Schuld

In een tweede hoofdstuk zijn allerlei arbeidsomstandigheden opgesomd, waarvoor sociale regelingen nodig zijn. Daarbij gaat het om lonen, om veiligheid en gezondheid op het werk om een goede balans tussen werk en privé en om fatsoenlijke vormen van werkoverleg. In een derde hoofdstuk staan sociale rechten als kinderopvang, ouderschapsverlof, rechten voor gehandicapten en sociale uitkeringen en minimumloon beschreven.

Poolse vrachtwagenchauffeur maakt wat eten en drinken klaar, vaak werkend voor een hongerloontje langs de autosnelweg nabij Taragona, Spanje
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Met het vaststellen van zo’n pijler is er nog geen wetgeving ontstaan. Bij wettelijke regelingen gaat het ook om de details en daarin zit vaak ‘de duivel’. Maar de huidige Commissie onder leiding van Ursula von der Leyen gaat verder waar Juncker was gebleven. Vorige week werd op het thema ‘minimumloon’ een stap verder gezet in het kader van vooroverleg met werkgevers en werknemers.

Iedereen moet in principe gewoon haar of zijn boodschappen kunnen doen zoals hier bij een vestiging van Petit Casino in Wimereux,
Frankrijk
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Waarom? Wel, een minimumloon zorgt ervoor dat zoveel mogelijk mensen in waardigheid kunnen leven en ten minste kunnen betalen voor levensonderhoud, kleding en een dak boven het hoofd. Andersom kost het bedrijven en lidstaten niet alleen geld, het brengt ook meer koopkracht en dus meer economische groei onder de mensen. Er is dus sprake van wederzijds voordeel.

Bpuwvakkers aan het werk op een werf in Tilburg, Nederland
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Lidstaten houden een belangrijke eigen vinger in de pap. Hoe hoog het minimumloon is en wie ervan profiteren, blijft in de nationale hoofdsteden geregeld worden. Alleen het beginsel dat er een minimumloon moet zijn, is nu in zes Europese lidstaten nog niet ingevoerd. En naar een woord van Angela Merkel geldt ook voor het Europees wettelijk regelen ervan: het gaat ‘Schritt für Schritt’.