Waterstof op tekentafels ingenieurs magisch, maar nu nog theorie

0
2014
Transport van waterstof van producent Linde op de Franse snelweg Foto: © Peter-Vincent Schuld

door Koos van Houdt

Waterstof. Een magisch woord anno 2020. Het element H uit het periodiek systeem der elementen beheerst de debatten over een nieuwe, koolstofarme economie. Noord-Nederland is een geweldige proeftuin. Maar op de Europese interne markt is een gemeenschappelijke strategie en wetgeving nodig. Morgen komen de voorstellen. Maar dan?

De mooie kant van het verhaal dat uit de Eemshaven kwam, is dat auto’s kunnen rijden op waterstof. Dat scheelt een slok op een borrel bij de uitstoot van broeikasgas CO2. De achterkant ervan: het is voorlopig een dure oplossing. En ‘schone’ waterstof, ook wel ‘duurzaam’ of ‘groen’ genoemd, kost ook een hoop energie.

De Europese Commissie heeft ingezet op een Europese Green Deal. In de hoofdlijnen ervan uit december vorig jaar, staat er maar één zinnetje over. Ook ‘waterstof’ past erin. Maar op dat moment was nog onduidelijk wat de Commissie op dit vlak wil. Woensdag weten we het officieel. Dat wil zeggen, we wisten het al wat eerder dankzij een gebruikelijk lek in Brussel vandaag al. Maar de stille opwinding blijft. Het element ‘waterstof’ moet ons op termijn helpen aan een hele nieuwe vorm van energiegebruik.

Shell Tankstation waar waterstof getankt kan worden in Reijkjavik, IJsland Foto: © Peter-Vincent Schuld

Overal in de Europese Unie en ook in eigen land ritselt het van verwachtingen en plannen rond ‘waterstof’. Noord-Nederland is een proefregio, waar ook de Europese Unie met veel belangstelling naar kijkt. Maar er zijn ook projecten in voorbereiding langs het Noordzeekanaal en op de Maasvlakte. In Zeeuws-Vlaanderen, langs de Kanaalzone Terneuzen-Gent wordt door het euregionale samenwerkingsverband Scheldemond bekeken hoe de industriereuzen Dow Chemical in Terneuzen en Yara in Sluiskil elkaar kunnen helpen met waterstof.

Maar het is industrie en het moet dus worden geregeld op de Europese interne markt. Minister Wiebes in Den Haag en de Groningse gedeputeerde Nienke Homan kunnen nog zo veel willen, maar ze hebben ondersteuning via regelgeving en economische spelregels nodig vanuit Brussel. Overigens een prachtig voorbeeld hoe de Europese Unie in de praktijk samenwerkt met andere overheden.

De betekenis van de voorstellen die Frans Timmermans namens de Commissie morgen op tafel legt, ligt dus in het ook in Den Haag onderstreepte belang om overal in de Europese Unie dezelfde spelregels te hanteren. Want ook op dit vlak is een eerlijke concurrentie op basis van een ‘gelijk speelveld’ van het grootste belang.

In technische zin wijken de analyses van de Commissie en die van het Nederlandse ministerie van economische zaken niet zoveel van elkaar af. In de basis: er zijn op dit moment twee bekende technieken om aan waterstof te komen. De ene is de waterstof te gebruiken, die al dan niet op natuurlijke wijze in aardgas zit. Dat schijnt technisch gemakkelijk te verkrijgen.
Maar deze zogenaamde ‘grijze waterstof’ helpt ons niet als het gaat om het sterk terugdringen van de uitstoot van kooldioxide.

Infrastructuur om waterstof te transporteren is er volop aanwezig. Men lijkt te willen opteren voor gasleidingen van de Gasunie. Op de foto: Transportleidingen van de Gasunie in Nieuwegein, Nederland
Foto: © Peter-Vincent Schuld

Je moet dan gebruik maken van een techniek die al vijftien jaar bekend is, maar nog steeds nergens op grote schaal wordt toegepast: het ondergronds opslaan van CO2, bij voorbeeld in oude zoutlagen of op plekken waar aardgas is gewonnen. Technisch te doen, maar het loopt heen over de gevoelens van mensen, die het uit de bodem halen van aardgas hebben moeten bekopen met hun eigen levensgeluk. Lukt dat wel, dan is het ‘grijs’ van deze vorm van waterstof vervolgens ‘blauw’ geworden.

Wereldwijd is er meer belangstelling voor ‘groene waterstof’. Onder het motto: waar water is, is ook waterstof. Maar dan rijst een heel ander probleem: hoe win je waterstof, die uit water wordt gehaald? Alweer, de techniek is bekend onder de naam ‘elektrolyse’. Maar dat is geen pure winst. Het proces is duur en je hebt er elektriciteit voor nodig.

De vraag is daarom of je niet veel beter dan gewoon in kunt zetten op elektrische aandrijving van bij voorbeeld auto’s en andere transportmiddelen. Hier is nog veel onderzoek nodig, bij voorbeeld door te bezien of in windparken op zee niet tegelijk elektrolyse van waterstof kan plaats vinden.

Noord-Nederland is wel een ideaal gebied voor elektrolyse en voor het winnen van waterstof in zogenaamde waterstoffabrieken. Er wordt inmiddels gebouwd aan zo’n fabriek bij Zuidbroek aan de A7 en de N33. Doordat de gasinfrastructuur en vooral de pijpleidingen voorhanden zijn, kan waterstof snel naar andere plaatsen worden getransporteerd. Die pijpleidingen zijn geschikt, want grijze waterstof was ook al een element van aardgas. En export naar belangrijke Europese lidstaten zoals Duitsland en Frankrijk is dan relatief gemakkelijk.

Waterstof is dus op de tekentafel van de ingenieurs een magisch gas. Maar voorlopig zien we er nog weinig van. Volgens de plannen van de Europese Commissie en de andere overheden duurt het nog zeker tot 2025 voor er op enigszins grotere schaal toepassingen voor auto’s en andere middelen van transport mogelijk zijn. In 2030, zo laat de Gasunie op de eigen website weten, zal waterstof een stabiel onderdeel zijn van de energiemix. Maar wel: een onderdeel.

Om deze situatie te bereiken is veel geld nodig. De Europese Commissie boekt voor de periode tot 2030 een bedrag van 180 miljard euro in. Omgerekend voor Nederland tien miljard in tien jaar. Voor wie het overzicht over al die Europese en nationale miljarden kwijt is: dit geld maakt wel onderdeel uit van alles wat de Commissie van plan is te doen in het kader van de meerjarenbegroting 2021 tot 2027 en van het nieuwe Herstelfonds.